Geplaatst in Middeleeuwen

Kelten

 

Kelten hebben me op een of andere manier altijd wel aan gesproken. Ik draag zelfs een hangertje, wat een Keltische/reïncarnatie symbool is. Op zondag 18 september 2016 was er op de Belgische TV zender Canvas een documentaire. Na aan leiding van die uit zending heb ik me wat dieper in deze materie gedoken. – Note Con

Met Kelten wordt een verzameling volkeren en stammen aangeduid die gedurende het millennium vóór het begin van onze jaartelling en de eeuwen daarna een Keltische taal spraken. Het is dus primair een linguïstisch begrip.

keltenEen Kelt was een spreker van een Keltische taal.
Hun voorouders verspreidden zich vanuit een kerngebied in
Centraal-Europa zowel in westelijke als oostelijke richting. Rond het begin van onze jaartelling bevolkten Keltische stammen de Britse Eilanden, Gallië, het Iberisch Schiereiland en delen van Midden-Europa en de Balkan. De Keltische talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie.

Kenmerkende elkaar opvolgende Keltische culturen zijn de Hallstatt-cultuur, de La Tène-periode gevolgd door de Gallo-Romeinse periode en ten slotte de periode van de Keltische naties tot op heden, zoals aangegeven op het kaartje hiernaast.

Naamherkomst

Zie Namen voor de Kelten voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De volkeren die nu collectief benoemd worden als ‘de Kelten’ werden in klassieke bronnen ook aangeduid als ‘Galli’ (Romeinse historici) of ‘Galatae’ (Griekse bronnen en Polybius). Deze benamingen werden door schrijvers uit de 1e eeuw v.Chr. gezien als synoniemen voor het Griekse ‘Keltoi’ en het Latijnse ‘Celtae’. Zo schreef Julius Caesar over de inwoners van Gallië: “Wij noemen hen Galliërs, maar in hun eigen taal noemen zij zichzelf Kelten.” (Qui ipsorum lingua Celtae, nostra Galli appellantur).

De naam ‘Kelt’ is in veel geografische en andere namen terug te vinden, hoewel niet altijd even herkenbaar. Meest waarschijnlijk is de naamgeving afkomstig van de Griekse historici Hecataeus van Milete en Herodotus uit de 5e eeuw v.Chr.; zij noemden het volk dat aan de La Tène-cultuur was verbonden, en met wie zij handel dreven, Keltoi. Dit werd later overgenomen door de Romeinen.

Geschiedenis

De Kelten, een oud Indo-Europees volk, bereikten het hoogtepunt van hun gebiedsuitbreiding in de 4e eeuw v.Chr., toen ze hun invloed lieten gelden in heel Europa, van Groot-Brittannië tot Klein-Azië.

Oorsprong en verspreiding

Verspreiding Kelten over Europa
1: Oorsprongsgebied ten noorden van de
Alpen
L: 
La Tène


H: 
Hallstatt
2: Grootste verspreiding in ongeveer 
400 v.Chr.
B: Britse eilanden
G: 
Galatië in Klein-Azië
I: Iberisch schiereiland

Keltische opgravingen in Galicië

Verdeling van Gallië tijdens de verovering door Julius Caesar rond 54 v.Chr.

Een Keltische godentriade

Belangrijke opgravingen uit het oorsprongsgebied van de Kelten (zuidelijk Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en oost-Frankrijk) werden in de 19e eeuw gedaan in La Tène en Hallstatt. Vanaf ongeveer de 6e eeuw v.Chr. trokken zij in noordwestelijke richting, tot zij rond 400 v.Chr. het grootste deel van West-Europa bewoonden, inclusief Britannia. Waarschijnlijk gingen de niet-Indo-Europese volkeren die ze tegenkwamen na verloop van een paar generaties in de Kelten op.

Hoogtepunt van de Keltische macht

In 335 v.Chr. trok volgen Strabo en Arrianus een groep Keltische afgezanten naar Alexander de Grote ergens nabij de Donau waar hij de Balkanstammen bezocht. Ze werden er vriendelijk door hem ontvangen. Maar in de tweede helft van de 4e eeuw v.Chr. vertrokken ook Keltische krijgers vanuit het bassin van de Karpaten en volgden de Donauvallei zuidwaarts. Archeologische vondsten in Pannonië zoals rijke krijgersgraven nabij Kostalac (Pecine), daterend uit het eind van die eeuw, bevestigen dit. Tegen het begin van de 3e eeuw v.Chr. trokken de Kelten op veldtocht door Macedonië en Griekenland.

Zij plunderden Delphi in 279 v.Chr., maar leden daar een nederlaag. Hun krijgers verspreidden zich vervolgens. Een deel van hen trok naar Asia Minor en dat werden de Galaten, een ander deel trok naar Thracië en een derde deel keerde langs de Donau terug onder leiding van Bathanatos en vestigde zich aan de samenvloeiing van deze rivier met de Sava ten oosten van Sirmium. Dit waren de Scordisci. In de 4de en 3de eeuw voor Chr. bezetten de Kelten ook Noord-Italië en de gebieden van de Etrusken en bedreigden zelfs de toen nog kleine Romeinse Republiek. Een Keltische stam onder leiding van Brennus bezette de stad Rome en was slechts bereid te vertrekken nadat de Romeinen een grote afkoopsom aan hem betaald hadden.

 Assimilatie van de Kelten

Vanaf 100 v.Chr. waren de rollen omgedraaid en veroverden op hun beurt de Romeinen – die hun imperium aan het uitbreiden waren – de meeste Keltische gebieden in Europa behalve delen in tegenwoordig Ierland en Schotland. Veel Kelten werden uitgemoord, anderen werden geromaniseerd. Op die manier verdwenen de Keltische taal en cultuur binnen een paar generaties binnen het Romeinse Rijk. Alleen in afgelegen streken op het minder dichtbevolkte platteland wist de Keltische identiteit zich langer te handhaven. In Gallië ontstond een Gallo-Romeinse mengcultuur.

 Cultuur

De Kelten hebben nooit een politieke eenheid gevormd. Integendeel: ze bestonden uit verschillende stammen die elkaar vaak juist bestreden. Die verdeeldheid kwam Julius Caesar goed uit bij zijn verovering van Gallia. Het is ook niet duidelijk of de Kelten zichzelf Kelt noemden, want dat is de naam die de Grieken hen gaven. Het komt van het Griekse woord ‘Keltoi’ wat ‘Barbaar’ betekent. De Romeinen noemden hen Galli.(In De Bello Gallico beschrijft Caesar dat ze in hun eigen taal Celtae, en in de Romeinse taal Galli worden genoemd.) De Kelten maakten vaak gebruik van reeds van voor hun opkomst daterendemegalithische bouwwerken om er hun eigen rituelen uit te voeren (bijvoorbeeld in de steenkringen in Carnac, Frankrijk en in Stonehenge in Wiltshire, Verenigd Koninkrijk). Daarnaast hadden ze ook heilige bomen, waterbronnen en andere natuurlijke plaatsen die een rol speelden in hun religie.

 Keltische feestdagen

halloween_pompoenHet religieuze jaar was in vieren verdeeld door telkens een belangrijke overgangsdag, waarop werd feestgevierd, meestal meerdere dagen. Deze speelden een rol in de Keltische mythologie:Samhain of Halloween: de vooravond van 31 oktober, als einde van het jaar en begin van het nieuwe.

Imbolc: de vooravond van 1 februari, gewijd aan de vruchtbaarheidsgodin Brigit.

Beltain: de vooravond van 1 mei, ter ere van de god van leven en dood Bel

Lugnasa of Lughnasadh: de vooravond van 1 augustus, voor de zonnegod Lugh en de viering van de oogst.

Krijgers

Volgens verslagen van Romeinse schrijvers waren de Kelten zeer krijgshaftig: ze streden dikwijls naakt met hun haren met kalk en leem opgestijfd tot een soort ‘punkkapsel’. Vaak werkten de strijders zich op tot een staat van razernij/extasewaardoor ze in de strijd geen vermoeidheid of angst meer voelden en doorgingen tot ze overwonnen of sneuvelden. Ook bij de Germanen werden deze ‘berserkers‘ door de Romeinen waargenomen. Hun uiterlijk wordt beschreven als over het algemeen grote gespierde kerels, roodharig of blond met hangsnorren en vaak tatoeages op hun lichaam. Bij de strijd verfden ze hun lichamen met “oorlogskleuren”.

Kelten in de Lage Landen

Keltische woorden in het Nederlands

Hoewel het Nederlands grotendeels op het Germaans is terug te voeren zijn er nog wel een paar Keltische woorden in aan te treffen, bijvoorbeeld ambt, ambacht, kar en gijzel-. Ook de namen van metalen zoals ijzer en lood zijn waarschijnlijk op de Kelten -die als smeden beroemd waren- terug te voeren. Ook duin, lei(steen), bok, eed, erf(genaam) enkade. Een budget was oorspronkelijk een ‘zak’. Plaatsnamen op -ik, -rijk (Doornik, Kortrijk, Kamerijk) komen van Keltisch -acum en hetzelfde geldt voor -dunum als in Lugdunum (Fort van Lugh). Ook woorden als broek (uit bracca; de Romeinen spraken spottend over Gallia bracata), mouton en Ardennen (godin Arduenna) zijn van Keltische oorsprong. Via het Frans kwamen ook woorden als baret, bek, broche, bruusk, changeren, crème, graveel, lans, mijn (als ertsader), saai, tronie (alle uit het Gallisch). Uit het Bretons erfden we woorden als: menhir, bijou, dolmen (letterlijk ‘tafelsteen’), harnas.

Uit het Schots Gaelisch komen woorden als klok, clan, cairn (steenstapel), plaid, slogan (letterlijk: ‘oorlogskreet’). Uit het Iers: brogue (schoentype), whiskey, uit het Welsh: corgi (lett. ‘dwerghond’), cromlech (lett. ‘kromme steen’), flanel pinguïn (lett. ‘witkop’).

Volgens de Belgische taalkundige Maurits Gysseling zou in de Lage Landen oorspronkelijk een aparte Indo-Europese taal zijn gesproken, die hij ‘Belgisch‘ noemde. Namen van steden als Doornik, Namen, Dinant, Luik en ook Ardennen zouden echter Keltisch zijn. Er zou ook een aristocratie vanuit Duitsland zijn geleverd, wat tot een zekere germanisering leidde.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s