Geplaatst in Indianen

Standing Rock, een oproep aan de mensheid om te ontwaken

logo-de-vrije

http://www.cooperatiedevrijemedia.nl/2016/12/standing-rock-een-oproep-aan-de-mensheid-om-te-ontwaken/

Geplaatst door:: Redactie – 7 december 2016  13820  Reacties staat uit

voor Standing Rock, een oproep aan de mensheid om te ontwaken

standing-rock-1-1De vreedzame protesten van de “water beschermers” in Standing Rock tegen de Multi Miljarden Corporatie en het Bankierskartel, die hun zinnen hebben gezet op een oliepijpleiding, die dwars door het Heilige land van de inheemse bevolking in Dakota wordt aangelegd, is een zeer belangrijke symbolische gebeurtenis die betrekking heeft op ons allemaal, wereldwijd.

Het protest zelf kan gezien worden als een heilige ceremonie op het wereldtoneel die namens de hele mensheid wordt uitgevoerd- dat wil zeggen- namens ons allemaal. Het is alsof er hiermee een diep universeel conflict dat verborgen zit in ons menselijk brein, door Standing Rock plotseling zichtbaar wordt. Hier vindt een confrontatie plaats van twee volledig gepolariseerde wereldopvattingen en manieren van leven. Aan de ene kant is er het perspectief dat al het leven eert en leven in een bewuste relatie met de aarde. Aan de andere kant is er de industriële beschaving die de aarde ziet als een object om te worden gebruikt om winst mee te maken. Het is een perspectief waardoor de biosfeer wordt vernietigd. De biosfeer is het ‘Life support’ systeem van onze planeet. Meer tegengestelde wereldbeelden als deze zijn er niet te bedenken.

Het conflict bij Standing Rock is een herhaling van steeds terugkerende gebeurtenissen in verschillende gedaanten. Deze gebeurtenissen vinden niet alleen nu wereldwijd plaats, ze hebben door de hele geschiedenis plaatsgevonden. Machthebbers hebben talloze malen misbruik gemaakt van hun macht over hen die die macht niet (willen) hebben door hun land en de grondstoffen in hun bodem in beslag te nemen. Volgens het oorspronkelijke plan zou de pijpleiding vlak langs de stad Bismarck lopen. Deze stad heeft overwegend blanke inwoners. Nadat de inwoners protest hadden aangetekend omdat ze bang waren voor lekkages die hun drinkwater zou kunnen aantasten is de aanleg van de pijplijn verschoven naar de huidige locatie. Voor de Amerikaanse inheemse bevolking is dit een herbeleving van het oorspronkelijke trauma toen de Europeanen arriveerden en niet alleen met geweld hun land in beslag namen, maar ook een raciale en culturele genocide uitvoerden op de bevolking.

Door de Heilige Inheemse begraafplaatsen plat te walsen en te vernielen, is het alsof de geest van de inheemse voorouders, die hier genadeloos door de Amerikaanse cavalerie werden afgeslacht, wakker is geworden. Bezield door deze geest bestrijden moedige indianen bij Standing Rock nu de demonische krachten die al eeuwenlang hun volk, hun land, en hun heilige erfgoed verwoesten. De inheemse Amerikaanse demonstranten beschouwen zichzelf als de hoeders en beschermers van het water, van het land en van de aarde als een samenhangend systeem waarmee niet langer geknoeid mag worden. Die taak ligt niet alleen op de schouders van de Dakota indianen, maar bij ons allemaal. We zijn allen de hoeders van deze planeet en beschermers van het leven zelf. Dit draagt een enorme verantwoordelijkheid met zich mee.

Op zondag 4 december werd bekend dat het ‘Army Corps of Engineers’ 3,8miljard dollar heeft geweigerd, waardoor er geen toestemming verleend wordt om de Dakota Access Pipeline over het terrein van het Oceti Sakowin kamp te laten lopen en dat deze omgelegd dient te worden. S ’Avonds werd deze overwinning uitbundig gevierd, maar zo werd er onmiddellijk aan toegevoegd: De strijd is pas echt over, als het miljardenbedrijf achter de Dakota Access Pipeline met al zijn apparatuur volledig vertrokken zal zijn.

En dat die strijd nog niet over is blijkt uit de verklaring van het bedrijf waarin wordt aangeven dat ze zich in de afgelopen 3 jaar volledig aan de regels hebben gehouden. Volgens hen is dit door de jaren heen schriftelijk en publiekelijk bevestigd door het Army Corps of Engineers’.  Daarom weigert het bedrijf om een andere route te kiezen. Ze voegen hieraan toe dat de demonstranten zich op verboden terrein bevinden en daarmee de wet overtreden. Hierbij gaan ze volledig voorbij aan het feit, dat zij geen enkel recht van spreken hebben omdat dit land toebehoort aan de Amerikaanse inheemse bevolking. Het standpunt van het miljardenbedrijf – waarin ook Nederlandse banken hebben geïnvesteerd- weerspiegelt de waanzin, die de industriële grootmacht wereldwijd aan het teisteren is. Gesteund door en in samenspel met politie, overheid, rechter en de mainstream media is “Big Oil’ er -tot dusver- in geslaagd om de openbare middelen te gebruiken voor de bescherming van hun particuliere belangen.

Op 20 november jl. vond er een confrontatie plaats waarbij een uiterst wrede politiemacht de ‘waterbeschermers’ aanviel en vervolgens via de publieke media de leugen naar buiten bracht dat de demonstranten de gewelddadige aanstichters zouden zijn geweest. Als gevolg van deze politieaanval raakten een van de stamoudsten levensgevaarlijk gewond, een vrouw permanent blind aan één oog, nadat ze vol met traangas in haar gezicht was gespoten en honderden anderen gewond. Het departement dat hiervoor verantwoordelijk is, hangt nu een rechtszaak boven het hoofd wegens buitensporig geweld.

Wat in Dakota plaatsvindt noemen de Indianen “Wetico”, de geest van het kannibalisme. Wetico is een geestelijke aandoening, waarbij lichaam en ziel geheel worden gevuld met een demonische waanzin. De zwarte slang, die gesymboliseerd wordt door de olie pijplijn en waartegen de Standing Rock Sioux zich verzetten, is voor hen de geest van Wetico. De “Blanke Man” eet alles, inclusief Moeder Aarde, zeggen ze.

Degenen die besmet zijn geraakt, of zijn overgenomen door de Zwarte Slang (Wetico) “consumeren” eindeloos, als een onverzadigbare kannibaal, de levenskracht van anderen voor hun privédoeleinden en onverzadigbare hebzucht, zonder iets van waarde terug te geven aan degenen van wie ze het stelen. Op collectief niveau wordt dit perverse proces weerspiegeld in de consumptiemaatschappij waarin wij leven. De consumptiemaatschappij maakt dat degenen die erdoor zijn geabsorbeerd steeds meer willen hebben, alsof men is uitgehongerd en een bodemloos gat probeert te vullen.

Dit proces van door obsessie compulsieve consumptie, is een weerspiegeling van een diepe innerlijke spirituele leegte, die zo typerend is voor de huidige samenleving.

Jack Forbes, een ‘Native’ Amerikaanse wetenschapper, schreef: ”Deze ziekte, de Wetico (kannibaal) psychose, is de grootste epidemie aller tijden. Wetico is een collectieve psychose die vergeleken kan worden met een virus van de psyche dat onze geest derangeert waardoor we niet langer kunnen bepalen wat echt belangrijk is in ons leven. Wetico is de oorzaak achter het onmenselijk handelen van mensen, waardoor zij niet alleen de mensheid volledig vernietigen, maar ook zichzelf. Een typisch geval van morele krankzinnigheid.”

Het oerproces van ‘goed tegen kwaad’ wordt uitgespeeld bij Standing Rock. De volgende voorbeelden geven een idee van met welk kwaad we worden geconfronteerd.

Energy Transfer Partners benutten de chaos rond de recente presidentsverkiezingen als afleiding om op de dag van de verkiezingen aan te kondigen dat ze twee weken later zouden gaan starten met boren in het gebied van het meestomstreden deel rond Standing Rock.

  • Door hun machtige positie is Big Oil erin geslaagd de belastingbetaler het geld te laten betalen dat wordt ingezet om hun eigen belangen te beschermen.

  • Het is aan de sociale media en Drone2bwild te danken dat er überhaupt informatie over Standing Rock naar buiten komt omdat de publieke media puur fungeert als de propagandamachine van de heersende macht, die -als zie niet al desinformatie verspreiden-nauwelijks beschrijven wat er werkelijk gaande is.

  • Sommige onafhankelijke journalisten zijn gewelddadig mishandeld en zelfs gearresteerd toen ze verslag uitbrachten uit over de protesten.

  • Het gaat zelfs zo ver dat een veteraan, een specialist in informatietechnologie, de vliegtuigen die overvlogen herkende als vliegtuigen die zijn uitgerust met wat hij “scramblers’ noemt die een witte ruis veroorzaken met als doel de internetverbinding met Standing Rock te blokkeren.

  • Er worden chemische stoffen verspreid die het klimaat daar tot een barre winter heeft omgetoverd.

Het splitsen van de wereld in goed en kwaad en jouw eigen opvattingen te identificeren met het goede, is een hellend vlak waardoor in het verleden vele miljoenen onschuldige mensen de dood vonden. Als er echter ooit een situatie is geweest die duidelijk aantoont waar het in werkelijkheid om gaat, dan is dit wel bij Standing Rock. Hier speelt zich zowel letterlijk als symbolisch een oorlog af tussen leven en dood. Wanneer de tegenstellingen tussen de beide partijen zo enorm zijn als hier, dan kan dit worden gezien als een signaal dat er zich iets nieuws aan het ontwikkelen is. Dit kan worden beschouwd als een zegen.

De Bijbel verwijst naar het aspect van het veelzijdige Wetico pathogeen als Mammon (de demon van de liefde voor geld) en het maakt duidelijk dat we niet twee heren kunnen dienen; ofwel we dienen God en daarmee het leven, moeder aarde en het creatieve veld, ofwel Mammon, de geldduivel en de destructie van de planeet en de mensheid.

Degenen die de Mammon dienen worden gedreven door niets anders dan macht, controle, hebzucht en geld. Het is alsof ze zijn overgenomen door iets buiten zichzelf – ze zijn niet in staat tot iets anders dan dwangmatig handelen in de hebzucht naar geld en macht. De vernietiging die ze hiermee veroorzaken is immens. Alles wat voor gewone mensen waarde heeft, wordt door hun slechts beschouwd als pion, obstakel, grondstof of consument al naar gelang het in hun kraam te pas komt. Hiervan is Big Oil een duidelijk voorbeeld. Het is van cruciaal belang dat de mensheid zich bewust van wordt van de vijandige en destructieve aard van de ‘machthebbers’. Wat in Standing Rock plaatsvindt is niet uniek, het gebeurt overal. Het verschil is alleen dat de inheemse bevolking van Dakota opstaat tegen de onderdrukkers.

Meer dan 300 stammen zijn in Standing Rock samengekomen om gezamenlijk één front te vormen. Dit op zichzelf is al ongekend, omdat sommige van deze stammen sinds onheuglijke tijden vijanden van elkaar waren. Door uit de illusie van machteloosheid te stappen, herkennen de stammen nu de kracht die ontstaat als ze zich gaan samenvoegen tot één geheel. Dit is een proces dat zich langzamerhand wereldwijd zal gaan voltrekken. Het is de grootste nachtmerrie van de onderdrukkers, die maar al te goed beseffen dat op het wakker worden van de mensheid geen antwoord hebben.

Een ander prachtig voorbeeld dat in de afgelopen weken zichtbaar is geworden, is de aanwezigheid van veteranen in Dakota, die zich verraden voelen door de Amerikaanse overheid. Onder valse voorwendsels zijn ze oorlogen ingelokt, die zwaar traumatische littekens hebben achter gelaten. Afgelopen zondag waren er al ruim 7000 veteranen die zich aanboden om een menselijk schild te vormen rondom de demonstranten om de rubberen kogels en de gewelddadige politiemacht op te vangen. Er was hun verteld gasmaskers, oordopjes en kogelvrije vesten aan benodigdheden mee te brengen maar geen drugs, alcohol of wapens.

Op maandag 5 december maakten honderden veteranen uit de hele Verenigde Staten onder leiding van Wesley Clark Jr. een kniebuiging voor de inheemse bevolking en smeekten hen om vergiffenis voor de begane misdaden uit naam van het Amerikaanse leger. In een ontroerende ceremonie onder leiding van Arvol Looking Horse, Faith Spotted Eagle, Leonard Crow Dog, Phyllis Young, Ivan Looking Horse en vele andere inwoners van Turtle Island, werden de veteranen uit naam van het Amerikaanse leger vergeven voor de genocide op de inheemse bevolking. Dit eedelmoedige gebaar is een stap in de richting van solidariteit.

We staan hier samen als één om de inheemse rechten en Moeder Aarde te verdedigen. Onze reis van solidariteit is hiermee begonnen”

Een verdere bedreiging die nog het hoofd moet worden geboden, vormt de uitspraak van president-elected Donald Trump, die samen met een aantal leden van zijn nieuwe kabinet de hoofd sponsors zijn van de Dakota Access Pipeline. Hij stelt voor om het betreffende land te privatiseren en de inheemse bevolking de kans te geven mee te profiteren van de opbrengsten. Zijn opzet is om de inheemse bevolking op deze manier tegen elkaar op te zetten omdat er altijd een bepaalde groep zal zijn die het geld boven het Heilige land van de voorouders verkiest.

Eén ding is zeker; Deze pijpleiding IS NOG NIET DOOD, en het is nog niet voorbij. Het bericht dat wordt verspreid is dat de pijpleiding wordt omgeleid, maar de nieuwe route is nog niet bepaald. Ongeacht waar deze pijpleiding terecht zal komen, het blijft een van de levensgevaarlijke bedreigingen voor zowel moeder natuur als voor de mensheid. Energy Transfer Partners hebben aangegeven zich niets te zullen aantrekken van de beslissing van de “Army Corp. of Engineers” en met hun werkzaamheden doorgaan zoals gepland.

Klokkenluider John Bolenbaugh, een voormalige werknemer in de olieinsustrie, die al zijn spaargeld heeft gebruikt om de olievervuiling te documenteren en die een schikking van 60 miljoen dollar om hem de mond te snoeren heeft afgewezen, legt uit waarom wereldwijd de pijpleidingen een groot gevaar opleveren en ook zijn ontworpen om problemen te veroorzaken. Oliebedrijven profiteren namelijk van de verzekeringsmaatschappijen die grote bedragen uitkeren om hun eigen rommel op te ruimen. Deze rotzooi is giftig als gevolg van de molotov cocktail van chemicaliën die wordt gebruikt om de teerzanden te verdunnen. John Bolenbaugh moest, toen hij nog werkte in de olie-industrie, niets hebben van milieuactivisten. Hij werd wakker toen hij ontdekte hoe ziek mensen hierdoor werden. Toen hij de ernst van de situatie besefte kon hij niet anders dan hiertegen in actie te komen. John is een encyclopedie als het gaat om de verschrikkingen van de grote olie.

et wordt tijd dat we gaan beseffen dat dit wat in Standing Rock plaatsvindt ons allemaal betreft en dat we gaan meehelpen de boodschap te verspreiden om deze prachtige planeet te redden voordat het te laat is.

Geschreven door: Harriet Algra

Bron:

Redhawk

Drone2bwild

http://www.awakeninthedream.com/standing-rock/

http://www.geoengineeringwatch.org/power-structure-wages-weather-warfare-against-dakota-pipeline-protesters/

http://www.orrazz.com/2016/12/1043-police-is-spying-on-and-blocking.html

Whistleblower John Bolenbaugh tears up explaining Standing Rock’s importancehttps://www.youtube.com/watch?v=yVPKKNLb1N8

http://www.salon.com/2016/12/05/we-beg-for-your-forgiveness-veterans-join-native-elders-in-celebration-ceremony/

https://www.rt.com/viral/369218-dapl-rerouting-decision-celebration/

https://www.sott.net/article/335742-After-Dakota-Access-Pipeline-victory-veterans-may-be-headed-to-Flint-Michigan

Geplaatst in Middeleeuwen

Norse Weapons – The Bow

loge-spanne

The Vikingsused a bow they called a ‘bogi‘ in Old Norse.

http://spangenhelm.com/norse-weapons-bow/

Bows were predominately used for hunting, but in many cases they were also used for battle, especially in battles or attacks at sea.

bowEven though nautical battles were not common to the Norse who preferred to fight on land, bows were indeed used in sea battles. They could use their bows to fire at an enemy awaiting them on the beach as they tried to land. They used the bow to attack other ships by firing arrows and throwing other missiles from their ship at the enemy’s ship as they tried to clear the decks of men so the ship could be taken.

Ólaf’s Saga describes the bow being used in a fight at sea in the Battle of Svölðr in 1000 AD. Einarr Þambarskelfir, an archer of King Ólaf, shot an arrow at Jarl Eirik whom was in an opposing ship and hit the tiller above his head so hard that it penetrated the wood through to the arrow’s shaft.

Another shot followed with an arrow that penetrated all the way through his stool with the barbs coming out of the other side. The Jarl then ordered a man on his ship named Fin to fire back at the ‘tall man by the mast,’ whereas he did and hit Einarr Þambarskelfir’s bow and broke it in two.

It is said that King Ólaf’s ship was eventually overtaken and that King Ólaf of Norway, rather than die in the hands of his enemy, jumped over the side of the ship in full armor and drown.

One of the land battle tactics commonly employed by the Norse was to hurl and fire various missile weapons at the enemy line prior to charging. After of course, throwing a single spear over the enemy line in the name of Odin first. Gaining favor of the gods was an important ritual of battle to the Norse.

Vikings often used bows to effectively fire arrow volleys at their enemy. At short ranges it is said that a Norse arrow could pierce mail armor, but at longer ranges they only threatened the warriors not wearing armor. But fighting the enemy at a safe distance wasn’t a concern to the Norse, whom would much rather get within melee range.

The Norse used short bows that were made of yew, elm, or ash and varied in size from around 1 meter to about 2 meters long. Some late examples have been found of Norse composite bows that had been strengthened with either horn or iron. At Hedeby, an important Viking trading settlement that flourished from the 8th to 11th centuries, a complete bow measuring 1.92 meters long made of yew was found. It is estimated that this war bow had a draw weight of well over 100 lbs. Most replica bows of this period have a draw weight of 100 to 130 lbs.

On average, Norse bows were able to shoot an arrow up to 200 meters. The distance an arrow traveled in a single bowshot was a commonly used unit of measurement in Viking Age Iceland. For example, in the medieval Icelandic law book, Grágás, it was required that when the court confiscated an outlaw’s property, that it be within an ördrag (the distance of an arrow in a single bowshot) of the outlaw’s home. The Grágás later defines an “ördrag” to be 200 “faðmar” (approximately 480 meters or about 1575 feet).

Norse arrowheads were usually of iron and made in a variety of shapes and sizes as well. Many arrowheads have been found at several Viking Age Icelandic house sites that varied in design and size, even a forked arrowhead that was probably used for bow fishing. The average lengths of Norse arrowheads ranged from 10 to 15 centimeters (4-6 inches).

Most arrowheads had a tang that allowed it to be driven into a hole of a hardwood shaft and then secured in place with cord and pitch. It is estimated that the arrow shafts were probably 70 to 80 centimeters (28 to 32 inches) long and about 10 millimeters (3/8 inch) in diameter.

Njáls Saga tells of the use of a bow by the Icelandic hero, Gunnar Hámundarson that single-handedly defended his home against an attack led by Gizurr hvíti. The hero Gunnar used his bow from a loft in the upper level of the house, to kill and wound ten of his opponents before his bow string was cut by one of the attackers. It is said that he asked his wife Hallgerður for a lock of her hair to mend the bow, but Gunnar had slapped her previously so she vindictively refused. He was then forced to fight his attackers off in hand to hand combat where he was killed.

This article is an excerpt from the book:


Kane, Njord. “Norse Armor and Weaponry: The Bow.” The Vikings : The Story of a People. 2nd ed. Yukon: Spangenhelm, 2015. ISBN 978-1943066018 .
Used by permission from the author and publisher exclusively for use on spangenhelm.com only.


Geplaatst in Indianen

Over Indianenstrips

 

Ja, wie ken ze niet. In bijna alle strip series, is er op z’n minst wel een album erbij dat over Indianen gaat. We zijn eens op internet gaan kijken, wat daar over geschreven wordt. Hieronder volgt mijn info daarover.

Indianenstrips

Van alle inheemse volken op deze aardbol is er geen enkel volk waarover zoveel strips zijn gemaakt als de Indianen van Noord-Amerika. Waarom Indianen zo populair zijn bij striptekenaars (en schrijvers) is moeilijk te achterhalen. 


indianen-stripsIn dit artikel heb ik geprobeerd een overzicht te geven van Nederlandstalige strips, die op een positieve manier over Indianen handelen. Als u interesse heeft in een of meerdere van de in dit artikel vermelde strips kunt u zich het beste wenden tot de plaatselijke stripdealer. Als dit niks oplevert, kunt u het eventueel proberen bij de boekhandel, de bibliotheek of bij De Slegte, want ook daar verkopen ze strips.

Delgadito

Een van de absolute hoogtepunten in het Indianenstrip-ouvre komt van onze eigen Paul Teng, Nederlander én Kiva-lid. In 1981 verscheen het eerste deel van de Delgadito-serie bij Uitgeverij Panda. Delgadito is een door blanken opgevoede Nedni-Apache, die in honderden zwart-wit tekeningen uiterst realistisch tot leven komt. Het zijn echter niet alleen de tekeningen die deze strips realistisch maken. Ten eerste zijn de personages geen ‘supermensen’, maar menselijke wezens die ook fouten maken. Ten tweede zijn de avonturen van Delgadito zowel volkenkundig als historisch verantwoord. Paul Teng heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij zich grondig documenteert tijdens het schrijven (het scenario van de serie schreef hij zelf) van zijn verhalen. In 1984 verscheen het vierde en totnogtoe laatste Delgadito-album, dat zich afspeelt in het prairiegebied. Paul Teng zou meerdere strips over Rusland maken alvorens in 1993 over te schakelen op de avonturen van de middeleeuwse huurling Shane. In de afgelopen jaren heeft hij twee keer een korte Indianenstrip getekend voor het meisjesblad Tina.

De Franse Indiaan

De Franse Indiaan van de twee Fransen Ramaïoli (tekeningen) en Durand (tekst) is ook een uitstekende Indianenstrip. Het eerste deel van deze serie met de gelijknamige titel kwam in de Nederlandse vertaling voor het eerst uit in 1980 bij Uitgeverij Dupuis. Het verhaal gaat over een begaafde Franse bioloog die vanwege de Franse revolutie Frankrijk moet verlaten en zodoende in Amerika terechtkomt, waar hij in contact komt met de Lakota-Indianen, die hem na verloop van tijd als een der hunnen in de stam opnemen. Van deze serie werd ook een tweede deel gemaakt. Beide delen zijn in kleur.

Yakari

Er is waarschijnlijk geen enkele Europese striptekenaar die zoveel Indianenstrips heeft gemaakt als de Zwitser Derib. Samen met zijn vriend Job maakte hij de stripserie Yakari over een klein prairie-indiaantje dat in elk album een nieuw avontuur beleeft met een nieuwe diersoort. Bij Uitgeverij Casterman verschenen maar liefst 32 delen van deze voor jongere kinderen bedoelde strips.

Buddy Longway

Naast Yakari verschenen bij Uitgeverij Helmond twintig delen over de saga van Buddy Longway, een blanke trapper met een Lakota-vrouw. Deze serie, die zowel levensecht als romantisch is, kreeg vier verschillende prijzen toegekend, waaronder de Phénixprijs in 1975.


Het in 1995 verschenen “De laatste afspraak” was een waar hoogtepunt. Buddy ontmoet daarin een oude medicijnvrouw die hem eindelijk de waarheid vertelt over Buddy’s vader, die zij ooit heeft liefgehad. Het leek erop dat dit het slot zou zijn van deze serie, maar in 2002 keerde Buddy na een afwezigheid van 15 jaar in al zijn glorie terug voor het zeventiende deel van deze serie. In 2006 verscheen het laatste deel van de Buddy Longway serie. In dit deel vindt Buddy de dood. In tegenstelling tot andere striphelden is Buddy Longway niet onsterfelijk en lijkt hij met ieder album ouder en wijzer te worden.

Hij die tweemaal geboren werd

Omdat Derib zijn fascinatie met de Noord-Amerikaanse Indianen wat verder wilde uitdiepen (wat niet mogelijk was binnen het kader van de avonturen van de blanke Buddy Longway), besloot hij het levensverhaal van een medicijnman van een prairiestam van zijn geboorte tot zijn dood te vertellen in een lang verhaal in drie delen: “Hij die tweemaal geboren werd”, naar mijn mening de beste Indianenstrip ooit gemaakt. Het eigenlijke verhaal van “Hij die tweemaal geboren werd” telt in totaal 120 pagina’s. Het eerste deel, Regenstorm genoemd, verscheen voor het eerst in een Nederlandse vertaling in 1983 in de serie Verhalen en Legenden van Lombard-uitgaven. De overige twee delen, De Zonnedans en De levensboom, volgden kort daarop. Alle drie de delen zijn voorzien van een inleiding van een wetenschapper.


In de inleiding in het eerste deel vertelt Derib over zijn meesterwerk: “Het verhaal heeft een ander vertelritme dan de gewone strip: ik heb de tekeningen het zwaarst laten wegen om te laten zien hoe het volk leefde, welke problemen het kende, welke zekerheden, welke vreugden. Ik geloof in de mystieke krachten van de Indianen, in hun genezende vermogens die ze via inwijdingen ontvangen door bepaalde levenswetten. Ik geloof in de adel van dat ras.”


In 1993 besloot Lombard-uitgaven “Hij die tweemaal geboren werd” opnieuw uit te geven. De voorkanten van deze uitgaven zijn nieuw en als bonus zitten er een aantal tekeningen bij die niet in de voormalige edities stonden. Na de eerste drie delen neemt Derib een sprong van 150 jaar en gaat het verhaal verder met het ook al eerder verschenen “Red Road”, waarin Amos, een hedendaagse Lakota jongere, de nodige avonturen beleeft. Na Red Road verschenen nog drie vervolgdelen. In deze serie is gepoogd het huidige reservaatleven van de prairie Indianen weer te geven. Naarmate de serie vordert vindt de hoofdpersoon langzaam maar zeker zijn roeping in het leven.

Hans G. Kresse

Geen enkel artikel over Indianenstrips is compleet zonder vermelding van wijlen onze eigen landgenoot Hans G. Kresse (1921-1992), die door velen in binnen- en buitenland wordt gezien als een der beste realistische striptekenaars die ooit hebben geleefd. Kresse schreef (en tekende) al over het gruwelijke onrecht dat de Indianen werd aangedaan toen dit in het geheel nog niet in zwang was en de meeste Indianenactivisten van vandaag nog geboren moesten worden.


Vooral de wat ouderen onder ons zullen Hans G. Kresse kennen van zijn chef d’ouvre Erik de Noorman, die tussen 1946 en 1964 maar liefst 76 verschillende avonturen beleefde. Ook deze tekststrip in zwart-wit bevat Indiaanse invloeden. De vrouw van Erik heet Winonah, de naam die bij de Lakota Indianen aan de oudste dochter van een gezin wordt gegeven. Winonah is in de serie de priesteres van de Steen. Stenen spelen een belangrijke rol in de traditionele Indiaanse spiritualiteit. Daarnaast reist Erik zelf twee maal naar Amerika af.


Hieronder vindt u de complete biografie van Indianenstrips die werden gemaakt door Hans G. Kresse. Ik heb echter niet van al deze strips kunnen achterhalen of zij in kleur zijn of niet. De laatste drie delen zijn in kleur.

  • De Grote Otter (1946).

  • De Gouden Dolk (1947). Een leuke “collector’s item” voor verzamelaars. Dahinda, een Indiaans jongetje van de Mohikanen stam, beleeft spannende avonturen die door Kresse met zwart-wit tekeningen worden uitgebeeld.

  • In de Tipi (1947-1948).

  • Drie verhalen onder de titel Matho Tonga (1948-1953) die zich afspelen bij de prairie Indianen.

  • Tom in de greep van de Zwartvoet Indianen (1954).

  • Vele gekleurde illustraties bij Indianenverhalen die verteld werden door Quint (beter bekend als de bekende jeugdschrijver Anton Quintana) in het toenmalige jeugdblad Pep (1965-1973).

  • Mininic (1970).

  • Mangas Colarados, woestijn van wraak (1971-1972). Deze strip over dit beroemde Apache-opperhoofd werd in 1994 opnieuw uitgegeven door Uitgeverij Boumaar. Deze nieuwe uitgave is voorzien van een inleiding van de historicus Rob van Eyk. Deze strip verscheen zowel in kleur als in zwart-wit.

  • Wetamo, de heks van Pocasset (1972-1973). Dit verhaal uit de beruchte King Philip’s War van 1676-1677 werd in 1992 opnieuw uitgegeven. Ook dit deel bevat een inleiding van bovengenoemde historicus.

  • Negen verschillende delen in de Indianenreeks van Uitgeverij Casterman (1972-1982). Deze strips gaan over de belevenissen van een groep Faraon-Apache, in de periode dat de eerste blanken hun land betraden.

  • Voorkanten van Indianenboeken als De vlucht van Nataiyu (1981) en De roodharige Apache (1983) van Kathe Recheis en diverse delen van de bekende Arendsoog-serie.

Karl May

De bekende Nederlandse striptekenaar Willy Vandersteen (1913-1990), die waarschijnlijk het best bekend is van de Suske en Wiske-strips, maakte een 56-delige stripserie in zwart-wit, die hij de Karl May-serie noemde. In deze bij Uitgeverij Standaard verschenen serie werden vanaf 1963 de bekende verhalen van Karl May in stripvorm weergeven. Alle legendarische figuren uit het Karl May-epos zoals Winnetou en Old Shatterhand komen in deze strip voor.

Zilverpijl

Een andere Nederlandstalige Indianenstrip is Zilverpijl van het echtpaar E. en F. Sels. Bij Uitgeverij Blitz verschenen vanaf 1987 tien albums over de belevenissen van deze jonge Kiowa-Indiaan. Het sympathieke karakter van Zilverpijl wordt in elk deel op de proef gesteld als hij samen met zijn blanke vriend en zijn poema het avontuur tegemoet gaat. De tekeningen stijgen zeker boven de middelmaat uit en de verhalen trachten de Indianen als mensen weer te geven.

Apache

Nog een strip over de Apache Indianen heet Apache en werd gemaakt door Norma (tekeningen) en Roger de Lecureux (tekeningen). Bij Uitgeverij Panda verschenen vanaf 1981 vier delen van deze ingekleurde stripserie, die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de jongere geïnteresseerden onder ons. Elk album bevat twee verhalen over de belevenissen van Okada, de zoon van een blanke trapper en een Apachevrouw van de Bedonkohe-groep. De verhaallijn is vaak verweven met historische gebeurtenissen en daar waar dit het geval is, wordt de lezer er ook op gewezen door middel van voetnoten.

Jonathan Cartland

De strip Jonathan Cartland van Laurence Harlé (tekst), Michel Blanc-Dumont (tekeningen) en Claudine Blanc-Dumont (inkleuring) staat bij kenners bekend als een der beste wildwest-strips. Bij Uitgeverij Dargoud verschenen negen albums over de avonturen van deze ietwat vrijgevochten blanke cowboy. De hoofdpersoon krijgt niet voor niets in het vierde deel de bijnaam “De Indianenvriend”. Deze strips geven een goed beeld van een van de woeligste periodes in de geschiedenis van de mensheid: het Amerikaanse Wilde Westen. Dit gebeurt zowel van de blanke als van de Indiaanse kant.

Luitenant Blueberry

Eveneens bij Uitgeverij Dargaud verschenen 35 verschillende albums over de avonturen van de sympathieke Amerikaanse militair Luitenant Blueberry. In niet al deze delen komt Blueberry met Indianen in contact, maar waar dat wel gebeurt, gebeurt dit waarheidsgetrouw en sympathiek. De beroemde Apache-opperhoofden Cochise en Victorio komen beiden voor in deze ingekleurde stripserie, die gemaakt werd door Charlier (tekst) en Giraud (tekeningen). De lezer zal onderhand wel opgemerkt hebben dat stripmakers een grote voorkeur hebben voor de Apache Indianen.

Turi en Tolk

Er ik ook een strip gemaakt over de Samen (Lappen) van Scandinavië, het enige inheemse volk in Europa. De strip heet Turi en Tolk. Deze strip verscheen begin jaren ’80 in het toenmalige striptijdschrift Wham. Ik vind deze strip nog steeds een der beste weergaven van het leven van een inheems volk in stripvorm. In een van de delen wordt een groep Samen naar Groenland geroepen om daar een kudde rendieren naar een groep Inuit (Eskimo’s) te hoeden, waaronder een grote hongersnood heerst. De auteur van Turi en Tolk is reeds lang met deze strip gestopt en is tegenwoordig werkzaam als natuurtekenaar in de omgeving van Hamburg.

Gelukkig heeft Uitgeverij JNK te Hamburg besloten de avonturen van Turi en Tolk, in een beperkte oplage, opnieuw uit te geven. Van deze Duitstalige uitgave in hardcover worden slechts 555 exemplaren per deel gedrukt. Twee delen zijn reeds verschenen. Er zullen er nog acht volgen. Deze delen worden opnieuw ingekleurd.

Lakota, an Illustrated History

Liefhebbers van Indianenstrips opgelet! Sinds 1996 is de geschiedenis van de Lakota Indianen verkrijgbaar in stripvorm. De strip heet “Lakota, an Illustrated History” en is getekend door de Braziliaan Sergio Macedo. Een man die eerder actief was op het gebied van de science fiction-strips. Met dit meesterwerk wordt de auteur een geduchte concurrent voor Derib als het gaat om de beste Indianenstrip ooit getekend. Aan de hand van het fictieve personage Thunder Eagle, een neef van Crazy Horse, behandelt hij de periode van pakweg 1800 tot aan het bloedbad bij Wounded Knee in 1890.
Alle hoofdrolspelers in dit epische drama als Sitting Bull, Crazy Horse, Red Cloud, President Grant en Generaal Custer komen voor in de strip. Al op de eerste pagina wordt duidelijk dat de auteur een diepgaand onderzoek heeft verricht naar de geschiedenis en gewoontes van de prairie Indianen.
Alle prachtige tekeningen zijn gemaakt met behulp van acrylische verf. De strip is voorzien van een nawoord van Floyd Red Crow Westerman (acteur in onder andere Dances with Wolves). Helaas heeft de auteur na dit deel geen Indianenstrips meer getekend.

James Healer

Een tweejarig jongetje van blanke ouders overleeft als enige van het gezin een auto-ongeluk. Hij wordt door Indianen opgevoed. Eenmaal volwassen gaat James Healer als privé-detective door het leven en gooit daarbij zijn helderziende vermogens in de strijd. Dit is het basisgegeven van deze strip van Giulio De Vita (tekeningen) en Yves Swolfs (scenario). Bij uitgeverij Lombard verschenen reeds drie delen in deze reeks. De eerste twee delen vormen een aansluitend verhaal waarin Healer jacht maakt op een enge seriemoordenaar. Het hele gegeven van Healers helderziendheid en zijn Indiaanse opvoeding wordt vaak nog te weinig bij de verhaallijn betrokken. Toch zijn de scenario’s pakkend en de tekeningen voortreffelijk. James Healer is zonder twijfel een der betere strips in het zogeheten “derde stroming” genre.

Quetzalcoatl

Mitton is onder andere auteur van een reeks over de oude Vikingen. De thematiek van al zijn werk is samen te vatten in twee sleutelwoorden: geweld en erotiek. En wat dat betreft heeft Mitton voor een welhaast ideale setting gekozen voor de strip Quetzalcoatl, want in de wrede Azteekse samenleving op haar hoogtepunt was aan beide elementen geen gebrek. De serie lijkt losjes gebaseerd te zijn op de monumentale historische roman “Aztec” van Garry Jennings. In plaats van een mannelijke hoofdpersoon is de hoofdpersoon in Mittons serie niemand minder dan Dona Marina (ook wel bekend als La Malinche, Malinalli Tenepal of Malintzin). Zij was de vrouw die Hernando Cortez in 1519 naar de hoofdstad van het Azteekse rijk gidste en tevens zijn minnares werd.
Mitton gebruikt het leven van Dona Marina om de situatie en de geschiedenis van het Azteekse rijk te schetsen zoals die bestond op de vooravond van haar ondergang. Wat betreft het leven van Dona Marina veroorlooft hij zich wel bepaalde vrijheden: zij wordt door Azteekse krijgers tot slaaf gemaakt, ontkomt ternauwernood aan de offerdood en schopt het tot concubine van de Azteekse keizer. Zij voegt zich bij de conquistadores om zich op hem te kunnen wreken. Deze schets komt niet overeen met de geschiedenis zoals wij die kennen. Echter, Mittons tekeningen in de serie zijn minutieuze weergaven van een verloren beschaving die uniek zijn in de historie van de strip. Voor (volwassen) liefhebbers van historische strips kan ik deze serie dan ook warm aanbevelen. De vijf tot nog toe verschenen delen verschenen bij Uitgeverij Talent.

Kane

Bij uitgeverij Farao verscheen één deel met de titel “Dood met blote handen”. Alhoewel de tekeningen zeer zeker niet slecht te noemen zijn, is het verhaal niet al te inspirerend. Het lijkt een beetje op een gewelddadige en vrouwonvriendelijke Western waarin Indianen van de Apache stam figureren. Een van de vrouwelijke leden sluit zich aan bij de cynische hoofdpersoon Kane. Verdere avonturen van dit tweetal zijn er nooit verschenen.

Black Hills

De zoveelste Western op stripgebied zal de lezer denken. Maar Black Hills van Yves Swolfs (scenario) en Marc-Renier (tekeningen) is zeker een van de betere. Bij uitgeverij Arboris verschenen vier delen van deze serie. Het verhaal gaat over twee mannen, een trapper en een fotograaf wier paden elkaar eind negentiende eeuw kruisen. Samen zijn zij getuige van de zich razendsnel verspreidende “Ghost Dance”. Een messianistische religieuze beweging onder de Indianen die uiteindelijk tot een gruwelijk bloedbad zal leiden. De tekeningen zijn haarscherp realistisch en van het historische scenario kan precies hetzelfde worden gezegd. Helaas ligt het tempo van de verteltrant ietwat laag. Echter, Black Hills is een historisch verantwoorde Westernstrip zoals er maar weinig zijn.

Westernreeks

002Bij uitgeverij Mondria verschenen de twee delen van de Westernreeks van de auteurs Serpieri en Ambrosio. Deel één bevat twee verhalen: “Vrouwen aan de grens” en “John en Mary, Mary en John”. Deel twee bevat drie verhalen: “Takuat” ,”Hoe Vossenstaart bandiet werd” en “Donderstok”. Het is vooral in het tweede deel dat de Indianen een prominente rol spelen waarbij ook zeer zeker hun menselijke kant naar boven komt. De zwartwit tekeningen in beide delen zijn voortreffelijk getekend. De verhaallijn is soms ietwat wreed maar tegelijkertijd ook boeiend en realistisch. Bij uitgeverij Loempia verschenen twee delen van de tekenaar Serpieri in hardcover, Shona en Sarah. Deze op volwassenen afgestemde westernstrips zijn in kleur. Het verhaal “Vrouwen aan de grens” is in kleur herdrukt in het album Shona.

Pioniers van de nieuwe wereld

Bij uitgeverij Glénat verschenen tot nu toe 16 delen van de ingekleurde stripserie Pioniers van de nieuwe wereld. Deze serie tracht de verovering van Canada weer te geven vanaf het jaar 1755. Het feit dat de serie met 16 delen nog lang niet is afgesloten, geeft al een indicatie van het tempo van de verteltrant van de strip. Ook is de strip niet altijd even realistisch en weten de auteurs helaas slechts zelden te ontkomen aan de gangbare stereotypen over Indianen. De tekeningen, in het bijzonder die van het Canadese natuurschoon, gaan in kwaliteit vooruit als na album 6 Erwin Sels de tekeningen voor zijn rekening neemt. Pioniers van de nieuwe wereld is een historisch verantwoorde stripreeks en bij uitstek geschikt voor de jeugd.

Lance Crow Dog

Lance Crow Dog is FBI-agent en halfbloed Lakota Indiaan (een interessante combinatie!). Dit is weer een typische “drie stromingen” strip en de tekeningen van Gal Sejourne zijn zeker een van de betere in dit genre. Het is echter de verhaallijn die de strip het interessantst maakt. De auteurs (het scenario werd geschreven door Serge Perrotin) deinzen er niet voor terug uiterst gevoelige onderwerpen in de verhaallijn te verwerken. Zo wordt in deel twee de uiterst gewelddadige situatie op het Pine Ridge reservaat in Zuid-Dakota  begin jaren ’70 van de vorige eeuw weergegeven. De auteurs verdienen een pluim op hun hoed om de moed op te brengen om iets te doen dat schrijvers van romans en filmmakers niet aandurfden. Bij uitgeverij Vinci verschenen vijf delen van deze serie die in de boekenkast van geen enkele Indianenstripliefhebber mag ontbreken!

Tranen van de tijger

003Uitgeverij Casterman kwam in het jaar 2000 met de strip de Tranen van de Tijger van de Belg Comes. De strip verscheen oorspronkelijk in het Frans en verhaalt een oude legende van de Indianen van Alaska. Een door haar stam verstoten Indiaanse vrouw is haar schaduw kwijt. Ze ontmoet een medicijnman met fabelachtige toverkrachten. Samen gaan zijn het avontuur tegemoet. Deze zwartwitstrip telt 62 bladzijden. De strip is heel duidelijk in de Japanse Manga-stijl getekend. Eenvoudig maar doeltreffend. De beelden spreken in deze strip voor zich, soms doet de auteur dat bladzijden achtereen zonder tekst. Dit is een indianenstrip die wellicht niet iedereen zal aanspreken, maar hij is vanwege de verteltechniek en tekeningen toch zeker een aanrader.

Copyright, Julio Online, 2007.

http://www.julio-online.net/html/body_strips.html

Note Con: De foto die ik hier heb bij gedaan, zijn afkomst uit strip van Nero en Donald Duck, die ik in mijn bezit heb.

Geplaatst in interieur

Schilden in het Interieur

In december 2016 kocht ik twee schulden. Middeleeuwse schilden van Richard De Leeuwenhart en King Arthur.

007Op 12 december kwamen deze aan per post. De pest voor mij was wel, toen ze aan kwamen kon ik ze niet recht ophangen aan de muur. De muur zo zo hard dat je er met een huis tuin en keuken boor niets kan doen.

En omdat de huismeester er op vrijdag nooit is (er is wel een vervanger) moest ik eigenlijk tot maandag wachten. De huismeester kwam toen even met zijn klopboor twee gaatjes boren. Een plugje en een schroefje erin en de schilden konden hangen.

Drie dagen stonden ze in huis. Om dat ze van ijzer zijn, en onder een 004scherpe punt hadden, moest ik de twee schilden op een houtje zetten, zodat ze mijn zeil die ik op de grond heb liggen, niet zou beschadigen.

En toen ze op maandag morgen aan de muur hingen, was ik er apetrots op, zo mooi vond ik ze.

En in de avond moesten de fakkels/kaarsjes aan.

Je hoef aan mij niet te vragen hoe geweldig ik die avond het vond. Toen heb ik twee dagen daarna (met hulp natuurlijk) verschillende dingen in de woonkamer veranderd. De kast op een andere plaats. Maar ook de bank bijvoorbeeld.

Nu zou ik nooit en nooit klaar zijn in mijn woonkamer. Ik heb blijkbaar tocht zoiets over me, d006at ik iets wil maar gewoon niet kan. Het huis is er gewoon niet voor gebouwd. Ja, dan hou het op.

Geplaatst in Wat me bezig hou

Klein Kind

 

Klein kinderen, doet je denken aan, dat je eigen kinderen ook ooit klein/jong geweest zijn. Heerlijk.

Laatst is mijn dochter lang geweest met haar zoon. We zouden gaan uit eten gaan. Nu als ik, waar ik ook ga, weg gaat, ik mijn huis sleutel rond mijn hals hang. Dan raak ik hem niet kwijt, zullen we maar denken.

Nu kwamen wij bij een eethuisje, bleek de deur op slot te zijn (waren al gesloten zo rond de klok van 19.00 uur). Maar geen paniek dacht mijn klein zoon, opa heeft toch een sleutel rond zijn hals hangen, dus die maak hem wel even open.

Niet dus. Hij een beetje boos. Begrijpelijk. Maar het was zo goed geredeneerd van hem, 3 jaar, dat ik eigen best wel moest lachen. En automatische moest ik aan dingen denken denken die zijn moeder, mijn dochter, ooit ook een had gezegd en voor haar doen (op die leeftijd) heel goed geredeneerd had.

We gingen maar snel naar een ander eet-tentje. Daarna gingen we nog naar een supermarkt om een ijsje te halen. Moeders pakte zo’n winkel mandje op wieltjes. Je kent die wel. Vond hij toch wel leuk. In plaats van de boodschappen, ging hij er maar zelf inzitten. Ja als moeder toch het mandje op wieltjes trekt, dan kan ik er beter in zitten, moet hij gedacht hebben.

Thuis gekomen na een geweldig fijne avond, zag hij zijn opa’s nieuwe schapenvacht op de bank liggen. Hij deed spontaan zijn trui en schoenen uit en ging onder het vel liggen. Deed zijn ogen dicht, en deed alsof hij sliep. “ik wil bij jou slapen slapen. Opa” vroeg hij.

Gezien mijn lichamelijk conditie en zijn leeftijd en het feit dat hij met zijn moeder nog naar een andere afspraak moest, hebben we het maar zo gelaten.

Nog een lekker ijsje, en hij genoot ervan.

Jammer, (hahaha) dat ook zijn opa heeft genoten. Maar ja, nu heeft hij alle twee de schapen vachten in beslag genomen. Maar voor mijn zijn ze nu ook een beetje van hem, toch?

Geplaatst in Wat me bezig hou

Blijf met je fikken van iemand af

 

Steeds lees ik weer stukjes van mensen die mishandeld of misbruik zijn. Als ik zeg dat ik dat vreselijk vind, dan druk ik me voorzichtig uit.

Waarom reageer ik altijd vol met emotie als ik lees dat er weer iemand is die mishandeld/misbruikt is. Het is mezelf ooit eens overkomen, dus dichter bijkomen al het kan dus niet. Toch heb ik altijd wel zoiets van, als ik hoor of lees dat men weer is mishandeld/misbruik, zet die persoon tegen de muur en zet de mitrailleur er maar op.

Maar je weet gelijk dat, dat beslist niet helpt. Want met wraak is nog nooit iets op gelost. Toch moet je er iets aan doen. Want hoe iemand ook is, een klap (om het maar rustig te zeggen), nee, dat kan beslist niet bij me. Want als men zoiets doet, waar is dan je respect gebleven voor die ander. Deze is dan heel, maar dan wel heel ver, te zoeken bij je. En als je denkt daar respect mee af te kunnen dwingen, heb je het zo mis. Want met zo’n actie doe je niet alleen lichamelijk iemand iets aan, maar zeker ook geestelijk. En dat litteken is voor je leven, en daar ben jij toch schuldig aan met je losse vingertjes/handje.

Laten we elkaar respecteren en accepteren, hoe iemand er uit ziet of hoe iemand ook is. Waarom moet je iemand verminken (lichamelijk of geestelijk) voor de rest van haar of zijn leven. Het slachtoffer schaamt zich daarvoor, of voelt zich schuldig. Waarom? Omdat men je vingers niet kan thuis houden. Voor mij is het slachtoffer een held en de dader een mislukkeling. Want jij moest je meer dan schamen. Hufter (dat mag ik misschien niet zeggen) die jij er ben.

Dat dit soort figuren gestraft moeten worden, is wel duidelijk. De vraag is alleen hoe. Ik bedoel, als men naar het verleden kijkt, hebben ze verschillende straffen gehad. Van vinger afhakken, kruisingen, hoof afhakken, elektrische stoel, gevangenis en weet ik wat nog meer.

Maar is het daar mee op gelost? Hebben we daardoor geen criminelen meer, mensen die iets strafbaar doen? Zelfs de hoge heren die het jou verbieden om iets fout te doen, doen het zelf. Alleen heet het dan anders.

Laat ik iets opschrijven. En geloof me, daar heb ik het mee moeten doen. Eens, zou zo’n 16 á 17 jaar geleden zijn, ben ik eens naar mijn huis arts geweest. Die zei letterlijk, dat zal de pubertijd wel geweest zijn.

Of wat jaren later: En dat was nog een hulpverlener ook. Je zal het welk gedroomd hebben, mannen worden dat niet aan gedaan.

Je vindt het dan toch niet gek, dat ik mijn jas heb gepakt en zonder iets te zeggen de deur ben uit gelopen.

Of dat men zeg tegen je: Je gebruik dat alleen maar om zelf lekker vreemd te gaan. Ja dan hoef er maar een klein dingetje te gebeuren die jijzelf dan enorm opblaast om weg te gaan. En jaren later wordt zoiets ook tegen je gebruikt en dan maar zeggen tegen een ander dat ik niet deugde.

Het blijk dan moeilijk te zijn om “gewoon” te zeggen, Het werkte niet tussen ons. Maar waarom zoiets als je een heerlijke trap na kan geven. Dan vind je het toch niet echt gek dat je er niet meer opnieuw wilt beginnen.

Het zijn zo’n maar een paar kleinen dingen, waar ik mee te maken heb gehad. En dan kan ik nu wel schrijven “kleinen dingen”, maar daar heb ik wel mee moeten delen. Ik heb ooit eens een mail gestuurd naar de Rijksvoorlichtingsdienst, dat er eigenlijk niets via hun te lezen is. Waar dan ook.

Ik heb er nooit iets van gehoord. Later verman ik wel dat er een kleine internet pagina bestond (toen wel) waar melding van werd gemaakt. Of dat door mijn melding is gekomen weet ik niet. Is totaal niet belangrijk. Maar wat wel belangrijk is, dat er van de Overheid in ieder geval iets aan gedaan was. Aandacht, en erkenning dat ook dat bestond.

Maar hoe je het ook bekijkt, men dient gewoon met je fikken van iemand af te blijven van een ander. Als je werkelijk nog maar iets om die persoon geeft, gedraag je dan. En wordt geen klootzak, zoals er er vele (helaas) zijn geweest. Laten we elkaar respecteren hoe we zijn en probeer geen baas te spelen om iemand anders. En dan zeker met niet met geweld.

Geplaatst in Gitaar Plus 2016

Gitaar Plus 10

 

Nummer 10, december 2-16

Veel te laat, maar dat komt ervan als je een week lang heel slecht ter been ben, dus eigenlijk niet een verdieping lager kan gaan om de post op te pikken.

016En als je alles gehad heb, krijg je op de nacht van zaterdag op zondag nog de griep ook. Overgeven, buikpijn …… De WC was lange tijd een plaatsje voor me.

Maar we hebben hem eindelijk, wel een week te laat. En ik kan me wel voor mijn hoofd slaan, dat ik hem niet eerder heb (laten) ophalen/opgehaald heb.

Mijn medicijn.

Een hij staat weer heerlijk borden vol met geweldig nieuws en reportages. En over de geweldige foto’s die er in staan, zullen we het maar niet hebben.

017De bekende rubrieken, zoals altijd staan er weer in. En er staan weer genoeg gitaar besprekingen, versterkers en effecten in. Twee gitaren wil ik er voor deze ene keer, er uithalen. De Martin D-45 V.O.S is te zien en te lezen in het Gitaar Iconen en als klassieker hebben ze deze keer de Gretsch 6120.

Het mooiste interview deze keer is die met Martha Jane & The Talisman. Hieronder is een clip van hun te zien.

Ik weet het, en dan nog wel het laatste nummer van 2016, heb ik hem wegens ziekte kort gehouden. Dat wil niet zeggen dat er niet genoeg in 018staat. Dus kopen of een abonnee moet nemen. Dus dan een e-mailtje naar gitaarplus@me.com of een telefoontje naar 020-6372274 en als je nog ouderwets een kaartje wilt sturen, dat kan ook naar Hobbies Media BV, Klaprozenweg 86, 1032 KX Amsterdam.
Foto’s copyright by Gitaar Plus, 2016.