Geplaatst in Middeleeuwen

Tweedaags middeleeuws festival in Hernen kan groot worden

HERNEN – Komend jaar krijgt Hernen nieuw tweedaags middeleeuws evenement. Het Middeleeuws Festijn staat gepland voor 21 en 22 oktober en kan naar verwachting zo’n 2.000 bezoekers naar het kasteel trekken.

De organisatie ziet de locatie als veelbelovend. ,,Het is een prachtig kasteel met grote velden eromheen. Zeeën van ruimte om van alles te organiseren, dus het kan vrij groot worden”, zegt  Menno Brouwers van organisator Cranenburgh Events uit Doetinchem. Naar schatting is er plek voor circa tweehonderd deelnemers. De eerste belangstellenden hebben zich al aangemeld. ,,Dat gaat om middeleeuwse ambachtsgroepen en riddergroepen.” Verder ziet hij mogelijkheden voor een markt en roofvogeldemonstraties. 

Hoe het evenement er precies uit komt te zien, is nog niet duidelijk. ,,We organiseren in deze regio vijf middeleeuwse evenementen, vier in Gelderland en een in Overijssel, en we willen ieder evenement weer een iets andere invulling geven. We gaan nog in de geschiedenis van Hernen duiken om te kijken wat we daarvoor kunnen gebruiken. Kasteel Hernen is bijvoorbeeld nooit belegerd geweest, dus we zullen andere aanknopingspunten moeten zoeken.”

Kasteel Hernen krijgt per jaar zo’n 18.000 bezoekers. Als het aan kasteelmanager Tatiana Klinkert ligt, groeit dat aantal de komende jaren. Daarom worden er sinds de openstelling, drie jaar geleden, regelmatig verschillende activiteiten georganiseerd.

https://www.gelderlander.nl/maas-en-waal/tweedaags-middeleeuws-festival-in-hernen-kan-groot-worden~a55fb6f9/

Advertenties
Geplaatst in Middeleeuwen

Large Viking Age Military Camp Recently Discovered In England

According to a study carried by the University of York and the University of Sheffield, a huge military camp dating to the Viking Age was discovered on the course of River Trent, Lincolnshire, eastern England.

The encampment was larger than most neighbouring urban settlements, providing thus shelter for thousands of Viking warriors , as reported by the new research.

A winter camp was established by the Great Heathen Army (an alliance of several Norse war bands which waged war in England during the early Middle Ages) in 872-873 at Torksey, Lincolnshire, in order to launch subsequent ambushes and sieges against the Anglo-Saxons . Prior to the late 9th century, the Norsemen’s incursions throughout both the Albion and Hibernia limited themselves only at quick hit-and-run raids targeting monasteries and poorly defended seaside rural settlements.

Nonetheless, as the 9th century progressed, the Norsemen returned for conquest and plunder more often in Ireland and Anglo-Saxon England. Consequently, starting in 865, the Great Heathen Army (which was allegedly led by three sons of semi-legendary Norse chieftain Ragnar Lothbrok marched throughout Northumbria, Mercia, Wessex, and East Anglia in order to control and subdue the local authorities and impose their very own rulership.

Scholars and researchers previously knew about the existence of such a military settlement at Torksey, but until quite recently there were no clues with regard to important details such as demographics, size, or economy. Eventually, it was found out that the camp was constructed on a high ground which was partly surrounded by swamps and bordered to the west by the River Trent.

There must have dwelled thousands of Norsemen from all over early medieval Scandinavia throughout the 55 hectare military encampment at Torksey. Additionally, numerous archaeological finds suggest that the Norse stronghold from Torksey was not solely used as a seat for military campaigns. 300 coins unearthed on the site of the former Viking Age camp reveal consistent links with the sea trade routes controlled by the Norsemen along Northern and Western Europe.

Documentation sources and external links:

http://thedockyards.com/large-viking-age-military-camp-recently-discovered-england/

Geplaatst in Middeleeuwen

Grote Viking zilveren schat gevonden op Bornholm:

“Ik was volledig euforisch en geschud van vreugde”

Een amateurarcheoloog heeft 98 stukjes zilver, sieraden, munten en kettingen gevonden op een veld bij Østerlars.

“Het was een gekke dag. Een van de grootste in mijn detectorcarrière ooit. Het kan niet worden beschreven. “

Zo vertelde amateurtherapeut Terese Frydensberg Refsgaard Jyllands-Posten over de zilverbelasting die ze ontdekte tijdens een detectiveval op Bornholm in de herfstvakantie.

Amateurschap, dat duurde van de 16e tot de 19e eeuw. Oktober resulteerde in Terese Frydensberg Refsgaard in de oprichting van in totaal 98 zilveren voorwerpen uit de Vikingtijd.

Terese Frydensberg Refsgaard, die in Aarhus woont, dacht helemaal niet dat ze iets zou vinden tijdens de speurtocht. Maar na een paar uur rondlopen op een veld bij Østerlars zonder geluk de eerste dag, hoorde ze plotseling een piep van zijn metaaldetector.

De bij was afgeleid van de zilveren schat, die bestond uit zowel halskettingen, armbanden, zilveren kralen en munten. Het kostte vijf uur om de hele belasting samen te incasseren.

“Ik was volledig euforisch en geschud van vreugde”, zegt Terese Frydensberg Refsgaard, die al drie jaar amateur-geoloog is, maar omdat zijn hele leven geïnteresseerd is geweest in de geschiedenis van Denemarken.

Ze vond de stortplaats – de plaats waar de schat was achtergelaten – en heette toen het Bornholm Museum.

Bornholms Museum heeft vandaag op dinsdag een nieuwe opgraving op hetzelfde terrein bij Østerlars gemaakt.

En met een goede reden.

Omdat er op de uitgraving van dinsdag nog eens 40 zilverstukken zijn gevonden, zegt Anders Pihl, archeoloog bij Bornholms Museum.

“Het zijn meestal munten en een klein bruidsmeisje – dat is, delen van sieraden. En dan zijn er een paar kleine hangers die aan een touwtje zitten “, zegt de archeoloog over de bevindingen van vandaag.

De afgelopen hitter: Amateurarcheologen hebben historische recordhistories gevonden in 2016

De hele schat is uit de Vikingtijd, maar het ontbreekt nog steeds aan het museum om precies te bepalen wanneer de schat is. Maar Anders Pihl schat dat het waarschijnlijk uit ongeveer 1000 jaar komt – misschien een beetje later.

Hoewel het een grote ontmoeting lijkt, is het niet zo zeldzaam om Viking silver tax te vinden op Bornholm, zegt Anders Pihl.

Is dit een grote bijeenkomst hier?

“Dat is hoe het is. Maar je bent misschien een beetje brutaal en zegt dat als je hetzelfde in Jutland zou vinden, het iets bijzonders zou zijn – maar we zijn in de speciale situatie hier op Bornholm dat we van tevoren 115 van dit soort belastingfonds hebben, “klinkt dat van de archeoloog. “Het is iets dat Bornholm een beetje een speciale klasse maakt.”

Bornholm is de plaats in het noorden waar je de op één na meest vikingzilveren belasting hebt gevonden – alleen overtroffen door Gotland, zegt hij. Dit komt voornamelijk door het feit dat Bornholm in de Vikingtijd een commercieel goede locatie heeft gehad.

“We hebben ofwel (Vikings, Red.) Verhandeld hier op Bornholm, of we zijn goed geweest om uit te gaan om onszelf te beroven,” zegt hij.

Dus misschien kun je zelfs nog meer vinden?

“Het is nauwelijks de laatste zilveren schat die we hier hebben gezien”, zegt de archeoloog.

Amateurarcheoloog vond ‘unieke schat’ uit de Vikingtijd

De volledige schat wordt nu door het Bornholms Museum naar het Nationaal Museum gestuurd om de beoordeling door Danfoss te bepalen. Een Danefæ-beoordeling is de definitieve beoordeling van de status en academische waarde van een fonds, zoals altijd gedaan door het National Museum.

En het is een plezier voor Terese Frydensberg Refsgaard.

“Ik ben ongelooflijk blij dat de hele belasting nu is beveiligd. Het is een historische feestbijeenkomst – niet alleen voor mij maar ook voor de geschiedenis van Denemarken, “zegt Terese Frydensberg Refsgaard.

Ze zal worden beloond met een loonlijst wanneer het Nationaal Museum de waarde van de belasting heeft beoordeeld.

http://jyllands-posten.dk/indland/ECE10010215/stor-vikingesoelvskat-fundet-paa-bornholm-jeg-var-helt-euforisk-og-rystede-af-glaede/

Geplaatst in Middeleeuwen

Het Dagelijkse Leven In De Middeleeuwen

Het huidige Gelderland was een belangrijk gedeelte van Nederland ten tijde van de Middeleeuwen. De provincie bestond toen uit het graafschap Gelre dat in de 14e eeuw tot hertogdom werd uitgeroepen.

Sporen van dit bloeiende verleden vind je nog terug in het Achterhoekse landschap in de vorm van kastelen, vestingsteden en eeuwenoude dorpen. Het grootste gedeelte van de bevolking merkte maar weinig van deze bloeiperiode. Hun dagelijks leven was erg armoedig.

Zelfgemaakte kleding

Het woord ‘mode’ kwam niet voor in het woordenboek van middeleeuwse boeren en de arme stadsbevolking. Het uiterlijk van de kleding deed er niet toe, zolang je er maar goed in kon werken. Mannen droegen vaak een hemd of een tuniek tot de knieën met een maillot eronder of beenkappen. Over hun hoofd en schouders droegen ze een soort capuchon als bescherming tegen de kou. Vrouwen droegen ongeveer dezelfde kleding, maar hun tuniek was langer. De mensen sponnen of weefden hun kleding vaak zelf en ze droegen hun kleding totdat het volledig versleten was.

Eén keer per jaar in bad

Mensen wasten zich in de Middeleeuwen zo min mogelijk. Ze dachten toen namelijk dat het natuurlijke beschermlaagje van je huid zou verdwijnen als je te vaak in bad ging. Alleen hun gezicht, oren, handen en voeten wasten ze zo nu en dan. Kleding werd ook maar ongeveer twee keer per jaar door een sopje gehaald. Je kunt je wel voorstellen hoe erg iedereen stonk in die tijd. In deze tijd had men ook geen toiletten. Mensen deden hun behoefte in de natuur, op straat of op mesthopen. Dat maakte de geur op straat er natuurlijk niet beter op.

Iedere dag soep eten

De gewone bevolking leefde in de Middeleeuwen constant op het randje van ondervoeding. Hun maaltijden bestonden meestal uit dikke soepen, waar ze alle ingrediënten in verwerkten die ze maar konden krijgen: bonen, knollen, wortels en af en toe een stukje vlees als ze geluk hadden. Verder aten de mensen veel eieren in de Middeleeuwen. Men at maar twee keer per dag, maar dan wel een grote portie per keer. Voor de rijke bevolking bestonden maaltijden meestal vooral uit vlees. Voedsel werd gepekeld, gedroogd of gerookt om het langer te kunnen bewaren.

Bier bij alle maaltijden

Veel afval werd in de middeleeuwen in de grachten gegooid. Dat zorgde ervoor dat het drinkwater in middeleeuwse steden sterk vervuild raakte. Het is dus niet vreemd dat mensen in die tijd liever bier dronken in plaats van water. Bij het brouwen van bier werd het water verwarmd, waardoor veel schadelijke bacteriën in het water dood gingen. In de middeleeuwen was bier dus de veiligste optie qua drinken. Zelfs kinderen dronken bier in die tijd.

Boodschappen doen op de markt

In middeleeuwse steden werd er zo’n twee tot drie keer een markt gehouden. Dit was de plek waar de hele stad samenkwam. Ambachtslieden verkochten en ruilden er hun handelswaar, stedelingen deden er boodschappen en de boeren kwamen er spullen kopen die zij op het platteland niet konden krijgen zoals bier en kaarsen

https://www.route.nl/feitjes-en-weetjes/het-dagelijkse-leven-in-de-middeleeuwen

Geplaatst in Middeleeuwen

Bezoek aan de middeleeuwen op kasteel Ammersoyen

Van een afstand maakt kasteel Ammersoyen meteen al een imposante indruk. De dikke muren en vier robuuste hoektorens zijn erop gebouwd om ongenode gasten buiten te houden. Tegenwoordig bestaan ongenode gasten niet meer: iedereen mag er een bezoek aan brengen.

Door Martin Deinum

Kasteel Ammersoyen ligt in de Bommelerwaard, vlakbij de rivier de Maas en in het Gelderse dorp Ammerzoden. Gezien het bouwjaar, omstreeks 1280, hebben we hier te maken met een echte (laat-)middeleeuwse burcht. Dat is er ook aan af te zien.

Hoewel het interieur door de eeuwen heen vaak gerestaureerd is, is een groot deel van de massieve buitenmuren en hoektorens nog authentiek middeleeuws. De muren zijn metersdik en voorzien van schietgaten. De slotgracht en de brug daaroverheen maken het plaatje van een typische middeleeuwse waterburcht helemaal af.

Belangrijke bewoners

Die dikke muren waren niet voor niets. Het kasteel is meerdere malen belegerd en beschoten. Hier woonden ook niet de minsten: de bewoners speelden vaak een belangrijke rol in de Gelderse politiek. De bouwers van het kasteel, leden van het geslacht Van Herlaer, kwamen uit een geslacht van ridders en grootgrondbezitters. Het kasteel ging in verschillende handen over, tot het eind 15e eeuw in bezit kwam van de familie Van Arkel. Deze familie heeft lange tijd een belangrijke rol gespeeld als heren van het Land van Arkel.

Rondleiding

De middeleeuwse indruk die het kasteel van de buitenkant geeft, zet zich binnenin voor een groot deel voort. In de jaren 70 van de 20e eeuw is het kasteel grondig gerenoveerd, en daarbij zoveel mogelijk in de middeleeuwse toestand terug gebracht.

Nadat je de kleine binnenplaats bent overgestoken, daal je een trappetje af naar de taveerne. De houten banken roepen meteen beelden op van middeleeuwse eet- en drankgelagen. Hier begint ook de rondleiding met de gids.

De eerste kamer van de hoger gelegen hoofdverdieping die je daarna bezoekt is de kemenade oftewel het vrouwenvertrek. Hier beleef je de sfeer van de heren van Arkel, uit de 14e en 15e eeuw. In deze ruimte, die verwarmd werd door een grote haard, zaten de dames bijeen, om te handwerken of te lezen.

Muurtrappen en vensterbanken

De naastgelegen ridderzaal was het domein van de mannen. Gelegen in het hart van het kasteel, vond hier het dagelijks leven plaats. Hier zie je ook het typisch middeleeuwse verschijnsel van de vensterbank. Denk niet aan onze huidige vensterbanken, maar aan een zithoekje tegen de vensters aan, omdat het daar licht was. Met recht een vensterbank.

Echt middeleeuws doen ook de smalle trappetjes in de muren aan. De muren waren zó dik dat er ruimte uitgespaard kon worden voor trappen die naar de bovenverdiepingen en de torens leidden.

Lange tijd zijn deze trappetjes niet te zien geweest. Dit had te maken met de brand die in 1590 woedde, en het kasteel voor een deel van binnen verwoestte. De kasteelheer Joris van Arkel (1550 – 1590) kwam hierbij om het leven. Pas tegen het midden van de 17e eeuw werd de schade hersteld. De nieuwe bewoner, Thomas Walraven van Arkel (1614 – 1694), liet de trappetjes dichtmetselen en bouwde bredere trappen in de vertrekken zelf. Bij de renovatie in de 20e eeuw werden de muurtrappen weer teruggevonden en in ere hersteld.

Tijdreis

Via een dubbele deur in de ridderzaal kom je in de westvleugel en maak je even een reis door de tijd. Deze vleugel ademt namelijk de sfeer van de latere bewoners van het kasteel in de 17e en 18e eeuw. De schoorsteenschouw in de voormalige slaapkamer op de hoofdverdieping van de donjon is versierd met goudkleurige schilderingen en werpt je terug in de Gouden Eeuw. Verschillende adellijke baronnen en gravenfamilies hebben hier gewoond tot het in 1873 overging op de Rooms-Katholieke kerk.

Volgens een oude overlevering zou de laatste baron, Arthur baron de Woelmont (1826-1911) het kasteel niet verkocht hebben, maar vergokt tijdens een partijtje dobbelen met de pastoor. Deze legende is wat twijfelachtig, maar zeker is dat het kasteel in handen kwam van de kerk, die er in 1876 een klooster van maakte. De nonnen van de clarissenorde kwamen er te wonen. Dit heeft echter nog geen 70 jaar geduurd. Want aan het eind van de Tweede Wereldoorlog raakte het kasteel zwaar beschadigd door beschietingen van de geallieerde troepen. De nonnen werden geëvacueerd en keerden niet meer terug.

Museum

Van de kloostertijd is in het interieur niets meer terug te zien. Alleen op de bovenste verdieping, die als museum is ingericht, lees je erover. In de museumzaal vind je onder meer de archeologische vondsten die gedaan zijn in de gracht om het kasteel. Je ziet er gebruiksvoorwerpen uit een periode van zeven eeuwen, zoals bekers, kannen, speelgoed en beeldjes. Hier wordt de complete geschiedenis van het kasteel door de eeuwen heen met tekst, tekeningen en foto’s uiteengezet.

Wasmachines

Van de laatste gebruiker is eveneens niets meer te zien. In de jaren 50 van de 20e eeuw wordt het kasteel gebruikt als, geloof het of niet, een wasmachinefabriek. Daarna gaat het over in handen van de Stichting Geldersch Landschap en Kasteelen die in de jaren 70 een grootscheepse restauratie start. Sinds de opening na de restauratie in 1976 is het kasteel opengesteld voor het publiek. Ook worden er feesten, bruiloften en evenementen gehouden.

De rondleiding eindigt weer in middeleeuwse sferen. De gids neemt je mee naar de kerker, onderin de donjon toren. De kerker is nu te bereiken via een gangetje in de drie meter dikke muur. Maar in de tijd dat de kerker nog in gebruik was, kon men deze slechts bereiken via een luik in het plafond. In de aardedonkere, koude ruimte kreeg de gevangene zijn schaarse eten en drinken, ook via het luik omlaag gelaten.

Must-see

Kasteel Ammersoyen is een must-see voor alle kasteelliefhebbers. Het is niet het grootste of weelderigst ingerichte kasteel, maar de echte middeleeuwse sfeer die in een groot deel van het kasteel hangt maakt het zeker een bezoek waard.

Meer artikelen over kastelen in Nederland op GeschiedenisBeleven.nl

©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Martin Deinum, foto’s: kasteel Ammersoyen en Stichting Geldersch Landschap & Kasteelen

http://www.geschiedenisbeleven.nl/bezoek-aan-de-middeleeuwen-op-kasteel-ammersoyen/

Geplaatst in Middeleeuwen

Queens Regnant: Anna Jagiellon – The Spinster Queen

Moniek Anna Jagiellon, Anna Vasa of Sweden, Bona Sforza,Catherine Jagiellon, Poland, Sophia Jagiellon, Sweden, 4 January 25, 2016

Anna Jagiellon was born on 18 October 1523 to King Sigismund I the Old of Poland and Bona Sforza. She spent her childhood in Kraków with two of her sisters,

Sophia and Catherine. It was a rather mundane childhood and she was quite a forgotten child. She was involved in charity and spent her spare time embroidering, sewing and playing chess. She was fluent in Italian and a bit of Latin, but not much more of her education is known.

Her father even forgot about marrying her off. It was only after his death in 1548 the first candidate appears. He was quite unsuitable and the new King, her brother, also did not attend to her marriage. In 1550 her mother Bona attempted to negotiate a marriage, but this too came to nothing. Her sister Sophia was finally married in 1556, to Henry VI, Duke of Brunswick-Lüneburg.

By now Anna was in her mid-thirties and finally her brother seemed to remember her. A double match was arranged between Anna and Magnus, Duke of Östergötland and Catherine and John, Duke of Finland. In a twist, only John arrived in Vilnius and though it would be uncustomary for a younger daughter to be married first, Anna agreed to it.

After being jilted at the altar Anna moved to the Royal Castle in Warsaw and lived there for about ten years. She was not alone, as she had a court of around 70 people around her. Despite her age, marriage proposals continued to come.

Her life began to change when her brother died in July 1572 leaving no heirs. Suddenly she was no longer his spinster sister but an heiress in her own right. Her brother had left all his wealth to his three sisters. The throne was offered to Henry of Valois, who would later become Henry III of France. He was elected King of Poland on 11 May 1573 upon the promise that he would marry Anna. However, for some reason the treaty did not include this promise and again Anna was left humiliated. By May 1575 Henry was removed as Polish King. Later that year Anna was proposed as the next monarch. The belief was that women could not rule on their own and so Stephen Báthory was proposed as her husband. They were elected as co-rulers on 15 December 1575. They were married on 1 May 1576 at Wawel Cathedral and crowned on the same day.

Anna was now 52 years old, but was believed not to have entered menopause. The marriage was duly consummated, perhaps in the faint hope of an heir. The couple mostly lived apart and Stephen enjoyed the greater political influence. Rumours soon arose that he wished to marry a younger woman.

With little political influence Anna sought to occupy her time and sponsored several constructions, such as the Royal Castle in Warsaw, the Sigismund Augustus Bridge and the completion of Ujazdów Castle. She also funded the building of the tomb monuments of her brother, her mother and eventually her husband when he died in 1586.

His death gave her an opportunity to claim power for herself , but she did not take it. Instead she proposed her niece and nephew Anna and Sigismund Vasa, the only children of her sister Catherine and King John III of Sweden. Sigismund Vasa was elected King on 19 August 1587 and he arrived with his sister in Poland that October. In July 1595 she was named as godmother to Sigismund’s son Władysław, who would become King of Poland.

She died not much later on 9 September 1596 and she was buried at Wawel Cathedral. Some of her embroidery survives to this day, like this gorgeous eagle.

https://www.historyofroyalwomen.com/the-royal-women/queens-regnant-anna-jagiellon/

Geplaatst in Middeleeuwen

Richard the Lionheart’s Secret Weapon During the Third Crusade

During the Third Crusade, the city of Acre (today in Israel) was surrounded. Occupying the city was a Muslim garrison, besieged by a Christian army, in turn, surrounded by a Muslim force. It was a stalemate. So what finally ended it? Bees.

Acre is one of the oldest, still inhabited cities in the world. It may have been founded as far back as 4,000 years ago. Its success lies in its location on the northern extremity of Haifa Bay along the Mediterranean Sea. It has a natural harbor, which is why just about everyone has fought over it – Persians, Greeks, Romans, etc.

The Byzantines held Acre until 638 when they lost it to the Rashidun Caliphate. The new rulers turned it into a naval base in 861, but they lost it to the Europeans during the First Crusade (1095–1099).

King Baldwin I of Edessa, Boulogne, and Jerusalem captured it in 1104. He turned it into Palestine’s chief port and the Crusader’s primary gateway to the rest of the Levant. Acre also gave the Europeans access to the Asiatic spice trade which helped finance their expansion and continued grip over the region.

In 1187, the city surrendered to the Ayyubid sultan An-Nasir Salah ad-Din Yusuf ibn Ayyub; better known in the West as Saladin. King Guy of Lusignan tried to get Acre back by besieging it in August 1189 during the Third Crusade (1189–1192) but to no avail.

King Guy, therefore, camped around the city as he waited for reinforcements from Europe. They arrived days later by sea, so Saladin sent troops to help his beleaguered city. As a result, the besieging Europeans found themselves besieged.

Saladin attacked the European’s camp on September 15 but was repelled. He regrouped his army in a semicircle to the east of Acre and launched his second attack on October 4.

Sandwiched between the city and Saladin were the Crusaders made up of about 7,000 infantry and 400 cavalry. Turning their backs on the city, the Crusaders placed their crossbowmen at the front with heavy cavalry behind. With arrows creating a breach in Saladin’s front lines, the Crusaders’ cavalry did the rest, forcing the Muslims back.

In the chaos of their retreat, men, horses, and equipment were left behind. The Crusaders could not resist. They broke ranks and began looting, while others staggered back to their camp laden with booty. The European army had turned into a rabble.

Saladin’s cavalry then charged the Europeans as they made such easy pickings. In response, King Guy sent his Templars to the rescue; exactly what those in the city were waiting for. The gates opened and troops poured out to cut the Templars down, as well as the stragglers with their booty.

Others veered toward the main European camp, but the latter were too well entrenched, forcing the attackers back into Acre. With their retreat, Saladin lost his chance to squeeze the Europeans between his two armies, but they were still trapped.

Muslim galleys broke through the Christian sea blockade on October 30 to supply Acre with food and weapons. By December 17, another fleet pushed the Christians out of the port and reestablished control over the road leading to the city. More arrived to boost both Saladin and the European’s position, but it was no longer a stalemate.

Saladin was on home turf and had access to plenty of food and medicine. The Europeans meanwhile were succumbing to disease. Desperate, they made another attempt to breach Acre’s walls on December 31 and again on January 6 – causing damage, but not enough.

Saladin broke through the Christian lines on February 13, 1191, and made it into Acre to replace the exhausted forces. It was a blow to the Europeans, but they stayed put. By March, the weather had improved and more ships from Europe and the Crusader states made their way to Acre. Saladin had lost the initiative.

Enter Richard I, King of England – better known as “Cœur de Lion” or “Richard the Lionheart.” Despite his title, he spent most of his life either in France or fighting in the Crusades. Having taken command of an army at age 16 and putting them to good use quelling rebellions in France, fighting was something Richard was very good at.

He arrived at Acre on June 8, 1191, having conquered Cyprus. He had been preceded by King Philip Augustus of France who built siege engines and launched an attack on Acre on June 17. Every time they broke through a wall, however, Saladin attacked, giving his defenders time to repair the breach.

The citizens of Acre were exhausted. The arrival of so many Europeans meant Saladin had lost his advantage. Nor could he break through the European lines to resupply the city. Desperate, the city offered to surrender on July 4. King Guy had been ousted, and Richard was temporarily in charge, but he was unhappy with Acre’s terms.

So the city sent Saladin a final ultimatum on July 7 – save us or we open our gates. However, Saladin could do nothing as more European ships appeared in the port. Getting impatient, Richard launched his secret weapon.

One hundred ships carrying 8,000 men had left England for France to meet with Richard. From France, they had sailed with additional ships, some of which carried beehives and their keepers.

On July 11, trebuchets hurled those hives into the city. The bees were not at all happy with their treatment so they took their wrath out on the defenders who were even less happy.

It gave the Europeans the chance they needed. Breaching the city’s gates, they poured through… only to be greeted by a swarm of still angry bees. The result was a chaotic and hasty retreat.

Acre had had enough. The following day, it offered new terms of surrender which Richard accepted. The bees had dissipated by then, allowing his men to enter the city and garrison the Muslims.

Saladin delivered the first of three payments for his captured citizens on August 11. Christian nobles were to bring the money but they did not arrive. Richard waited nine days, and when they did not turn up, slaughtered his Muslim captives.

Leaving Acre to other nobles, he then went off to conquer more cities… although it is not clear if he took any bees with him.

https://www.warhistoryonline.com/world-war-ii/tragedy-exercise-tiger-training-mission-left-gis-dead-utah-beach.html

Geplaatst in Middeleeuwen

Herstmonceux Castle

Shaped by centuries of history, the story of Herstmonceux Castle is a fascinating tale of ambition, intrigue, murder, abandonment, and renewal.

Domesday Book

Written in the Domesday Book—a manuscript record of the “Great Survey” of England and parts of Wales conducted in 1086 by order of King William the Conqueror—is an entry stating that one of William’s closest supporters granted tenancy of the manor at Herst to a man named ‘Wilbert’.

Later accounts mention a lady called Idonea de Herst, who married a Norman nobleman named Ingelram de Monceux.

It was at this time that the manor became known as “Herst of the Monceux”, eventually corrupted to Herstmonceux—pronounced “Herst-mon-soo”.

Medieval knights

In 1440 an English Knight by the name of Roger Fiennes petitioned King Henry VI for the right to fortify his manor house at Herstmonceux in East Sussex.

He had fought alongside Henry V at the Battle of Agincourt (1415) and risen to prominence, amassing a considerable fortune.

It was time to build a castle worthy of his family’s status.

Herstmonceux Castle would become the largest private home in England.

One of the oldest significant brick buildings still standing in England, it followed the French fashion of building in brick—considered bold by British standards of the time.

The architects of Herstmonceux Castle focused more on grandeur and comfort than on defense.

Fifteenth-century visitors would have been overawed with its breathtaking interior.

Adorned with visible symbols of seigniory, Herstmonceux was a leading trophy house of the period, reflecting the richness and vigour of the Lancastrian court.

Tudor intrigue

The Fiennes family fortunes continued to rise until the reign of Henry VIII (1509-1548).

One golden rule of Tudor high society worth remembering was never to outdo the King or get on the wrong side of him.

But the Fiennes family managed to do just that.

Young Thomas Fiennes, 9th Baron Dacre, the castle’s owner at the time, became implicated in the murder of a neighbour’s games keeper.

Henry VIII saw his opportunity to seize Herstmonceux Castle for himself.

Although originally pleaing not guilty, Lord Dacre changed to a guilty plea and threw himself at the King’s mercy in the hope of a reprieve.

But alas, the unfortunate Dacre was hanged at Tyburn on 29 June 1541.

English lawyer and Member of Parliament, Edward Hall, wrote of the execution in his chronicle about the strife between the houses of Lancaster and York:

Fortunately for the rest of the Fiennes family,  their estate was reinstated in 1558 under Elizabeth I and they again prospered.

Georgian asset stripping

By 1777, the reckless extravagance of  successive Fiennes family heirs left the castle in a sorry state of repair.

Architect Samuel Wyatt undertook an assessment and pronounced that it wasn’t worth saving.

The furniture was sold off, the wood panelling removed, and the interior walls torn down.

Reduced to little more than an ivy-covered gothic curiosity, even some of the bricks were used for other building projects.

Victorian tourism

The opening of the railways spurred massive growth for the new tourism trade, turning Herstmonceux Castle into a popular attraction.

Strolling through the gardens, climbing amongst the ruins, or enjoying a cup of tea, Victorians would visit Herstmonceux whilst holidaying in nearby Eastbourne and Brighton resort towns..

But the castle continued to deteriorate and by the early 1900s was in serious need of attention.

Edwardian restoration

Transforming the ruined building into a residence took 20 years, beginning in 1913.

Undertaken initially by Claude Lowther, a conservative politician, and later by architect Walter Godfrey, it was refurnished and stocked with objets d’art.

Incorporating architectural antiques from England and France, the existing interiors largely date to the Edwardian period.

The apex of Godfrey’s architectural achievement, the restoration was described by the critic Sir Nikolaus Pevsner as ‘exemplarily’.

The parks and gardens of Herstmonceux Castle and Place together with the walled garden to the north of the castle, and the Herstmonceux Science Centre are all Grade II* listed on the Register of Historic Parks and Gardens.

Having extra legal protection within the planning system, listed buildings are of national importance.

There are three types of listed status for buildings in England and Wales:

Grade I: buildings of exceptional interest.


Grade II*: particularly important buildings of more than special interest.


Grade II: buildings that are of special interest, warranting every effort to preserve them

Heavenly bodies

For over 30 years, beginning in 1957, the Herstmonceux grounds were home to the Royal Greenwich Observatory until it was moved to Cambridge in 1988.

Housing the Equatorial Telescope Buildings, the estate now plays host to an interactive science centre for schoolchildren, the largest dome of which can be seen for miles.

Today’s Herstmonceux

Learning of the castle’s vacancy in 1992, Alfred Bader, an alumnus of Queen’s University, Ontario, offered to purchase the castle for his wife, who declined, joking that there would be “too many rooms to clean”.

But he managed to convince then-Principal of Queen’s University, David Chadwick Smith, to make Herstmonceux Castle into an international study centre.

http://britainandbritishness.com/2017/05/herstmonceux-castle.html

Geplaatst in Middeleeuwen

Edward I – The Lord of the Ring of Welsh Castles

Stand on the banks of the River Conwy at night and gaze across at the floodlit Conwy Castle, its eight majestic towers rising to the heavens out of solid rock, and you get the measure of the man that was King Edward I (1239–1307).

At 6ft 2in tall, Edward towered above his contemporaries. A man to be feared, who could intimidate, but a man who earned respect as a warrior, an administrator, and a man of faith.

Nicknamed “longshanks”, meaning “long legs” or “long shins”, some historians believe his height and long limbs gave him an advantage in battle—all the better for wielding the sword.

Edward is an Anglo-Saxon name, which was unusual for a Norman aristocrat. His father, Henry III, chose the name in honor of Saint Edward the Confessor, one of the last Anglo-Saxon kings, and the only king of England to be canonized.

Could this connection with an Anglo-Saxon saint have given Edward the courage to do what none of his predecessors had been able to do: Conquer Wales?

Edward was no stranger to courage. In the Second Barons’ War (1264–1267)—a civil war between the King and several barons led by Simon de Montfort—Edward fought alongside his father and routed part of the baronial army with a cavalry charge. But he let ego get the better of him—chasing the enemy as they scattered, and leaving King Henry’s center exposed. Edward tasted defeat and was taken hostage.

A year later, in a daring plan demanding skill and bravery, Edward escaped and joined forces allied to the Crown.

He faced Simon de Montfort again on the battlefield—at the Battle of Evesham. This time, Edward’s much larger army massacred the rebellious barons, leaving Montfort’s body horribly mutilated.

As if that wasn’t enough excitement for the 24-year-old Edward, once the baron’s rebellion was completely put down and England pacified, he went on a crusade to the Holy Land.

The Ninth Crusade was the last major medieval Crusade, and overall enthusiasm for the cause was waning. Despite some impressive early victories, an epidemic, a devastating storm, and a series of failed raids caused the crusaders to withdraw, with little to show for their efforts.

Although Edward wanted to continue fighting, an assassination attempt left him weakened from a poisoned wound. When he received news of his father’s death and his own accession to the throne of England, he began the return journey—taking two whole years.

When Edward was back on English soil, trouble started brewing between the Marcher Lords (nobles guarding the English-Welsh border) and an increasingly powerful prince of Wales—Llywelyn ap Gruffudd, who refused to pay homage to Edward and was even planning to marry the daughter of Edward’s old enemy, Simon de Montfort.

Edward declared war and invaded Wales with a large army, forcing Llywelyn to surrender and stripping him of all Welsh lands, but for the far northwest corner—Gwynedd.

Within eight years, the Welsh rose up against Edward. This time, Welsh forces made good early progress with victories at the Battle of Llandeilo Fawr and the Battle of Moel-y-don. But their luck didn’t hold. Edward prevailed and his conquest of Wales was complete.

The Iron Ring

Life on a 13th century fortress castle construction site, whowing treadmill crane.

To prevent further Welsh uprisings, Edward started building massive stone fortifications known as the Iron Ring—the most ambitious project of its kind in Europe. Some castles had been built by his father, which he strengthened, but his focus was building huge new fortifications in Gwynedd.

The Castles and Town Walls of King Edward in Gwynedd, North Wales is a UNESCO-designated World Heritage Site, which includes the castles and town walls of Caernarfon and Conwy, and the castles of Harlech and Beaumaris.

UNESCO considers the sites to be the “finest examples of late 13th-century and early 14th-century military architecture in Europe.

Caernarfon Castle

Built to showcase Edward’s power, Caernarfon was more palace than castle—an administrative center fit for a king.

The polygonal towers and banded colored stone give it a unique appearance compared with Edward’s other castles.

Legend holds that when Roman Emperor Magnus Maximus was out hunting one day, he rested under a tree and fell asleep. He had a dream of a fort, “the fairest that man ever saw”, at the mouth of a river in a mountainous country.

Nearby Caernarfon, a Roman fort called Segontium once stood. Edward believed it was the castle in Maximus’s dream and decided to build the fairest castle that man ever saw at the mouth of the River Seiont in the mountainous country of Wales. Caernarfon Castle is born of a dream.

http://fiveminutehistory.com/edward-i-the-lord-of-the-ring-of-welsh-castles/

Geplaatst in Middeleeuwen

Leeds Castle

Leeds Castle is een waterburcht in de buurt van Maidstone in het Engelse graafschap Kent. Het kasteel is genoemd naar het dorpje Leeds dat bij het kasteel ligt en heeft dus niets te maken met de 300 kilometer noordelijker gelegen stad Leeds.

Het kasteel wordt reeds beschreven in het Domesday Book van Willem de Veroveraar. Het functioneerde door de eeuwen heen als Noormannen fort, verblijfplaats van zes middeleeuwse koninginnen, paleis van Henry VIII en in het algemeen als toevluchtsoord voor de machtigen en rijken. Het heeft in ruim duizend jaar diverse veldslagen doorstaan en menig kunstenaar geïnspireerd.

Geschiedenis

In 857 werd op de plaats van het latere kasteel een zogenaamde Royal Manorgebouwd (huis voor een vorst) met de naam Esledes. Het was in bezit van de Angelsaksische koning Ethelbert van Wessex.

Onder Eduard I werd het gebouw in 1278 flink uitgebreid en gemoderniseerd. Hij betrok het als koninklijk paleis en dit zou het zeer lange tijd blijven.

In een nacht in 1321 vluchtte de vrouw van koning Eduard II, Isabella van Frankrijk naar het kasteel, maar de toegang werd haar geweigerd. Het koninklijke gezelschap werd zelfs door de boogschutters vanuit het kasteel beschoten. Toen de koning hiervan hoorde nam hij wraak door het kasteel met ballista’s te belegeren. Enkele jaren na Eduards dood werd het kasteel aan Isabella geschonken. Zij zou er blijven wonen tot aan haar dood in 1358. De Franse dichter en historicus Jean Froissart beschrijft zijn ontvangst in het kasteel door koning Richard II in 1395 in zijn kronieken.

De Engelse koningin Johanna van Navarra bewoonde het kasteel in 1403. Ze was niet populair bij het volk en verdween voor vier jaar in de gevangenis omdat ze van tovenarij beschuldigd werd en van een poging om haar stiefzoon Hendrik V te vergiftigen. In deze tijd kreeg Leeds Castle de bijnaam van Vrouwen kasteel.

De beroemdste eigenaar van het kasteel was waarschijnlijk koning Hendrik VIII die vanaf 1520 grote sommen geld spendeerde aan renovaties en uitbreidingen van het kasteel ten behoeve van zijn eerste vrouw, Catharina van Aragon.

In 1660 werd de Engelse monarchie hersteld en koning Karel II schonk 5 miljoen hectare grond in de Britse kolonie Virginia aan Lord Culpeper, vanwege zijn hulp aan de koninklijke familie in ballingschap. Culpepers zoon kocht Leeds Castle en verhuurde het aan de Engelse staat als gevangenis voor Nederlandse en Franse krijgsgevangenen. Eens staken de gevangenen de Gloriette van het kasteel in brand en het zou tot 1880 duren voor deze weer werd opgebouwd.

Leeds Castle figureerde in de Engelse film Kind Hearts and Coronets met acht rollen voor Alec Guinness uit 1949.

Tegenwoordig

Tegenwoordig is het kasteel in handen van de Leeds Castle Foundation. Het is een museum dat jaarlijks duizenden toeristen trekt.

Note Con: In 1970 maakte de Engelse formatie The Who een live album, die Live At Leeds als naam kreeg. Het was wel op een Universiteit tijd daar, maar Leeds had voor mij een plekje gekregen.

Toen ik naar een serie van 11 afleveringen (The British Castle) zat te kijken, kwam daar ook een kasteel langs wat in Leeds stond.. Nu ben ik zelf helemaal dol op kastelen. Hoe ze gebouwd zijn enzo. Dat daar dingen zijn gebeurt die het dag licht niet kan verdragen, is duidelijk. Om maar eens wat te noen: Onthoofding, martelingen enz. Maar de kastelen op zich blijven voor mij indrukwekkend. Maar deze Leeds heeft totaal niets te maken met de grote stad Leeds, waar The Who in 1970 hun Live At Leeds op namen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Leeds_Castle